Transcript
Automatisch gegenereerd transcript — vrij te citeren met bronvermelding naar wabliefteru.be.
Hey, ik ben Yorrick en dit is Wabliefteru? Een podcast waarin wij interessante dingen opzoeken op het internet, maar deze keer hebben we iemand uitgenodigd die ons interessante dingen gaat komen bijleren. Soms doen we dat. Ik ben uw internet nu, of wat? Jij bent mijn internet, inderdaad. Ik ben hier niet alleen. Wat voor weer wordt het morgen? Morgen wordt het 35 graden. Ik heb dat echt juist gelezen. Ik ben hier niet alleen, ik ben hier ook met Stéphane. En ik ben hier ook met Alexander. En we hebben een gast. Welkom, zeg ik het juist, Geron Rulf. Geron. Geron. Spaanse. Schilend. Zomaar gezien vragen wij van waar mensen je kunnen kennen, maar ik denk dat iedereen je kent. Nee, echt niet iedereen. Ik denk dat onze luisteraars... Ik ben een BVB, dat is een bekende Vlaming met beperkte aanheng. Er zijn heel veel volk die mij nog niet kennen. Maar ik denk wel van onze generatie, dan met foute vrienden en zo. De oudere generatie met andere dingen misschien. Die kunnen je wel van wachten, zeg maar. Echt, hè. Random blijter. Heb je een bepaalde agegroep die je het meest herkent of die je wilt aanklampen? Op dit moment zijn dat zo'n vijftienjarigen, omdat vaak de vrienden blij worden. Vijftienjarigen? Ja, maar dat gaat viraal nog altijd keihard. Dat staat nu terug op VTMK, heb ik gezien. Met al die reels en TikToks. De gasten die toen vijf jaar waren, zijn nu vijftien en die zijn nu aan het ontdekken. En die komen dan zo... Is er nog een nieuwe aflevering volgende week? Nee, toch al effe niet meer. Want wanneer was Foute Vrienden afgelopen? Ik denk de laatste was 2017 of zo. Dat was die film dan nog. Nee, dat was nog een seizoen, dus 2018 misschien. Voor corona alles is. Met corona was dat moeilijker, denk ik. Ja, als mensen een maske dragen, is de fun er nogal af. Oké, dat was mijn vraag. Waar kennen mensen je nu? Jij hebt nog veel meer gedaan en je doet ook veel meer dan dat. Dus je moet vertellen waar je het nu mee bezig bent. Waar is het internet dat je nodig hebt? Stand-up comedy, uiteraard. Improvisatietheater. Ik geef les. Ik ben ook acteur. Dus ja, ik schrijf. Ik doe veel. Veel, inderdaad. Wij gaan ons vandaag een beetje richten op het comedy gedeelte, maar zelfs voornamelijk improvisatie-comedy. Want wij met drie hebben een grote droomnest. Yorrick heeft een grote droomnest. Improvisatiekomedie is niet iets wat ik altijd heb gezegd, ik wil dat gaan doen, maar het is wel altijd iets dat mij een beetje geïnteresseerd heeft. Een van mijn grote idolen is Conan O'Brien ook, die dat ook begonnen is in de improv comedy. Dus ik heb enorm veel vragen over improv comedy. We gaan je nu helemaal uithoren. We gaan helemaal zien wat jij ons kunt bijleren. Straks gaan we zelfs hands-on een beetje komedie... Ja, ik ga je droom kapotmaken direct. Zalig. Zalig. Zie je, hij past er al bij. Dat doen wij ook altijd. Dat is waar. Ik maak mijn dromen ook altijd kapot. Maar eigenlijk beginnen wij onze show met andere mini-rubrieks. Het eerste is een quiz van vorige week, maar dat doen we nu niet, omdat... Ik heb een kaart voorbereid om de quiz van vorige week. Alles geluisterd. Fuckers. Maar wat we wel altijd doen, is onze Patreons bedanken. Want die geven geld. Dan is het verschil met een gewone. Plips, luisteraar, die geven geld. Die krijgen daar ook extra content van. Maar zonder geld krijg je mij hier niet. Wat is dat? Maar wij bedanken gewoon... We hebben een lijstje van mensen die ons steunen. Dan gaan we dat lijstje af. Moeten ze het door Geron laten aflezen? Dan moet ik wel mijn bril opzetten. Of niet? Is dat niet leuk? Dat mag, zeker. Alleen de eerste naam mag je niet zeggen. Dat was een brief dat je zegt als je dat niet wilt. Je wilt niet blijven. Zei niet, maar vanaf daar wel. Het scrollt ook nog naar beneden. Dat zijn gewoon mensen. Dat zijn echt gewoon mensen. Oké. All right. Hier bij de eerste met de elders. Je hebt er ook nog wel een op. Daarvoor ook nog. Hoe komt dat? Dus deze niet. Is dat niet gesorteerd? Hier is de eerste die je niet mag doen. En vanaf dan... Hoeveel zijn er er? Zesduizend. Oké, dank je wel, Lennert. Die is hier. Dat is een pech voor ons dat je Intecht kunt bedanken. Oké, dank je, Lennert. Dank je, Lennert. Sanne S. Ik weet niet of je een knapper bent. Die hoort ons, maar wij zien haar. Jij wel, hè. Aanvinkers. Sanne wel. Er is iemand die Lot heel tof heeft. Benedicte Gelissen. Voilà. O'Garmen, Benedikt. Dan zie je waar je niet gelooft. Hendrik, Lintzy, Larissa. Je doet dat goed. Dat is ook niet goed, Larissa. Dan weet je dat je geen unief hebt gedaan. Maar wel bedankt voor het geld, Larissa. We hebben daar nog... Joke. Dat vind ik wel leuk, Joke. Dat is klassiek. Dat is een joke. Dat is een joke. Rebecca Cardon. Misschien familiefan. De ondertoost. Bossyrock. Dat is een coole naam. Bossyrock Lisha. Die heeft zelf een festival gestart voor een overleden vriend. Ja? Blijkbaar in de Kemper. Voordat je daar een mop op neemt. Jij hebt daar niets meer aan. Goed dat je dat voor hem noemt. Silvia Rumbaut. Josephine. Jochen van der Heijken. Josie of Josie. Ja, dat weten we toch. Serveer. Een rare naam. Een rare naam vinden wij ook. Nikisha. Een mooi liedje. Oh, Nikisha. Zoë Geussens. Sven Verver. Is dat een schilder? Dat zou wel cool zijn. Ik zou moeten eigenlijk. Ververs, dat kan ook. Ververs. Ververs of vervet. Glenda. Ik zou niet kunnen kiezen tussen Glenn en Brenda. Nathalie. Heel goed, denk ik aan Nathalie. Christine Ferket. Een nieuwe ook, hè. En Glenn van DJ's Talensmal. Dat is pas reclame. Ik zie, merci. Dat kunnen ze even met zoet. Nu gaan ze zeker nog een paar jaar volassen. All right, dat was het. Dan is het nu tijd om afscheid te nemen. Voor ons onderwerp, elke week doen wij een onderwerp, bereiden wij dat voor. Nu gaan we het hebben over improvisatie comedy. En we hebben een heleboel vragen voor u. De eerste misschien is... Hoe begin je met improvisatie comedy? Is dat iets waar je van je jeugd af aan moet beginnen op te pikken? Nee, je kunt beginnen op je tachtige geweld. Dus je hebt nog tijd. Ik ga zeggen waar ik hiermee ben begonnen. Ik was vijftien jaar en ik zat in een teentheatergezelschap in Antwerpen. Dat is heel lang geleden. Dat is echt... Twintig? Ja, jaren tachtig. Jaren tachtig. En degene die daar les gaf, Tanja, of die heeft de regie en zo, die zat juist bij de Belgische Improvisatie, ik denk dat hij juist was begonnen. Ja. En die heeft toen gezegd, jij moet daar ook bij komen. Ik was toen 16, 17 jaar. Ik ben daar heel vroeg mee beginnen te repeteren. En dan is dat op z'n gat gevallen. De VFD was toen keiwel volk omhalen. Johan Terijn, Tom Leenaerts. Ja, de grote. Zo gezegd. Jij bent ook een grote. Ja, maar toen... En dan is dat heel groot geworden met onverzichtbare omstandigheden. En dan hebben wij gewoon een jaar door gerepeteerd, terug in die volk gezocht, en het jaar daarna ben ik echt beginnen spelen. Dus ja, ik denk 2993 daar ergens. Binnen de vier jaar was ik ook coach van een team. Ja, ik ben een hele fanatieke daarin. En dan... Eind jaren 90 zijn we voor de eerste keer naar het buitenland gegaan, zo'n Europees kampioenschap, zijn we derde geworden, denk ik. Dat smakte er nog meer van. Oei, wauw, er is een leven buiten België. Wij kwamen echt van ons, sorry dat we hier zijn, en dan bleek dat we keigoed waren. Hoe werkt dat? Want dat is al... In het Engels. In het Engels? Alles in het Engels? Ja, alles in het Engels. Je hebt ook een... Is dat moeilijker dan? Ik kan dat niet beelden. Je zou zeggen, de Amerikanen hebben een voorsprong, maar je zit meestal met een publiek dat niet Engelstalig is. Maar je moet toch ook snel zijn met je afkomst? Dat is het eerste cliché dat ik al ontkracht. Voor impro moet je niet snel zijn. Goed, Alexander. Dat is wel goed. Hij voelt potentieel. Ik was bang voor dat je zo heel snel mocht firen. Dat is wat ik dacht. Alles is natuurlijke timing en er is niks mee snel uit te maken. Omdat je niet sneller kunt zijn dan het publiek, hebben die het niet gehoord. Heel simpel. Nou ja, dat is wel mooi gezegd. Ja, dat is waar. En dan ben ik uit Den Bil gegaan en hebben wij met een paar man een eigen groep opgericht. En toen zijn we longform improvisatie beginnen doen, dus een volledig avondstuk geïmproviseerd. En dat is dan echt mijn ding geworden en daarna ook wereldkampioen geworden. 2006, ja. In Berlijn. En daarna een hele periode ga je de wereld zien. Je moet je vragen om een les te geven, te toeren en dergelijke. En dan gescheiden. Mijn vrouw zit mee in de improgroep, dus het is helemaal ontploft. Oh nee! En dan ben ik in de nieuwe groep begonnen, die improfeten. Omdat ik wist dat ik dit wel wilde blijven doen, maar met andere mensen. En toen ben ik ook begonnen met stand-up comedy. Ah ja. En dan is dat zo eerst heel apart gebleven. Ik wou niet improviseren in mijn comedy, want ik wou laten zien dat ik ook comedy kon. En ik was zo de eerste impro-man die ook comedy ging doen. En dat was al zo een improman, dus daar hebben we echt op neergekeken door de comedians. Oké, wacht, voordat je verder gaat daar, het is misschien nog een belangrijk onderscheid. Wat is het verschil tussen stand-up comedy en improv comedy dan? Stand-up is voorbereid. Dat is volledig voorbereid? Ja. Improv niet. Nou, dat is logisch. En wat voor mij wel belangrijk is, is dat in improvisatie het verhaal belangrijk is en niet zozeer de lach. Ik heb ook al improvavonden gehad, waarbij we een thriller spelen en het publiek zegt... Dat is ook improviseren. Je hebt improv comedy en dan denken ze vaak aan de bar-comedy, de korte spelletjes waarin je een joke doet. Maar je hebt één verschillende vorm en dan heb je zeker ook die longform. Het wordt snel grappig, want je hebt geen decor. Als ik in de cabouters speel, Ja, je ziet mij gewoon in mijn kleren staan die ik heb uitgespeeld. Dus je ziet dat het grappig wordt. Maar het leuke is dat je ook de magie kunt creëren dat mensen echt mee in dat bos zitten. Je kunt er mimi's in het bos neerzetten, het spannend maken. En vanuit je spanning, je humor laten komen, je storytelling. Echt dat mensen zeggen, Ja. En dan zit daar nog keiveel humor in. Maar is humor niet het belangrijkste? Het belangrijkste is wel zeker een stuk van een uur of anderhalf uur. Een verhaal. Echt. Dat je een verhaal brengt. Want anders houd je dat echt geen anderhalf uur vol. Oké. En dan haakt het publiek af. Dat is al een eerste. Die link zou ik al niet direct gelegd hebben. Dat inderdaad bij improv... Ik zou eerder zeggen de quick laughs, denk ik dan. Maar inderdaad, ja. Je hebt dat circuitjuist gebaar Comedy Doe, dan is dat echt... Dan is dat puur de artiest om te lachen. Dat is vrij makkelijk, omdat je dan eigenlijk gewoon... Eender waar dat je gooit, kan alle grappig zijn, is het niet grappig, dan vergeten ze dat. Want mensen gaan naar buiten en onthouden de tien grappigste dingen van die avond. En die zeventien enderen die je hebt geknald, die passeren. Die onthouden zelf waarschijnlijk. Vroeger als improvisator dacht ik ook van ja, dit is een geniale grap, als we die opschrijven, dan kan ik dat ook als stand-up... Nee. Een impro-grap is dezelfde geniaal. Dat is waarschijnlijk ook goed. Je haalt het uit de spanning. Het publiek zit in een ander spanningsboog. Is dat hier ter plekke om te verzinnen? Daardoor moet het al niet geniaal zijn. Het gevoel van het kan mislukken. Wij zijn de koorddansers van het theater. Daardoor triggert dat een lach. Terwijl in stand-up comedy kom jij op en ik heb deze voorbereid en deze is grappig. Ja, you better be grappig hé. De druk is ermee. Impro is veel vergevingsgezinder nu. Als je echt een kwartier sukt, dan stopt die vergevingsgezindheid ook. Maar... Ja, het krediet is veel groter in het begin. En de lat ligt veel minder hoog. Het kan misgaan. En je moet het ook laten misgaan. Dat is net het leuke. Ik heb al avonden gehad dat het zo perfect ging. Dat klinkt ingestudeerd. Echt? Dus het was te goed. Amai, oké. Dan denk je echt dat wij... de afgelopen twee dagen een volledig stukje hebben uitgeschreven. Je hebt dan toch wel alle ideeën. Nee, nee. Het is echt van nul. Van nul en hit me. Hoe begint dat dan? Iemand begint en die zet gewoon een zin. Dat is ook niet voorbij. Denk daarvoor bij wat je doet. In bar-impro, in de comedy. Die bar-comedy, die korte games. Die korte games oorspronkelijk. zijn eigenlijk trainingsoefeningen voor acteurs geweest. In de jaren 50, met Keith Johnstone, de grondlegger van GoPro Canada. Hij was met zijn acteurs aan het werken en deed oefeningen om mensen te leren acteren. Hij vond het zo grappig om dat voor het publiek te doen. Dat zijn eigenlijk allemaal trainingsdingen die acteurs en improvisatoren doen. Dat uitbouwen richting het publiek. Dat is grappig. Dus er creëren ze al een setting. Twee mensen komen elkaar tegen. Waar komen ze elkaar tegen? De vlieghaven. Oké, goed. De ene is kwaad op de andere. Waarom? Hij heeft zijn reispas vergeten. Oké, go. Dan heb je al een gegeven. Vlieghaven, reispas vergeten. En dan krijg je dan nog eens de structuur van de game, dat bijvoorbeeld kan zijn, oké, we gaan alles op rijm spelen. En als je niet kunt rijmen, dan valt dat af en word je overvangen door iemand anders. Dus mensen zitten ook te wachten op die fout. Ja, ja, ja. En dan denk je, ah, fuck. En dan is dat heel grappig gewoon. Want dat zijn ook grappige momenten. Soms wordt het te goed. Wordt er geen fout gemaakt? Dan wordt het wat saai zelfs. Dan maakt het expres een fout. Echt? Omdat het een grap is. Ze mogen falen. Nee, je moet falen. Je moet de imperfectie omarmen. Wij mogen die nooit falen. Nu moeten ze falen. Ze moeten. Als je de imperfectie niet laat zien, is het ongeloofwaardig. Cool, ja. Dus ja, die imperfectie... Dat is echt ook een andere mindset dan in stand-up. Is er ook een ander publiek dat daar naartoe komt? Vroeger nog meer. Nu... Ik ben in Canada aan het torenen, weet ik veel wat. Dan heb je zo'n comedyclub. Je hebt ook de Saturday Night Live-mengen. Die... De ene avond doen ze improv. De andere avond doen ze sketch comedy. De andere avond doen diezelfde mensen stand-up. En dan doen ze nog eens iets anders. En hier... Die doen alles. En die werken samen. Robin Williams, die keiharde improv. En hier was dat zo twee werelden in het begin. Je hebt een impro minstens en een stand-upper. Dat was een beetje neerkijken op impro. Is dat echt? Ja, ik ben met stand-up begonnen omdat de fokken van de Joke erachter kwamen dat ik niet durfde. Je hebt de perfecte imitatie ook. Ja, de fucking kwaaie Hollander. En drie dagen later stond ik op een stand-uppodium in de Toker. En ik vond het ook wel keileuk. Ik dacht, dit is wel fun. Ik kan dit alleen doen. Ik moet niet rekenen op de agenda van drie anderen. Je bent inderdaad een beetje... Je bent niet volledig geswitcht, maar je hebt alle twee omarmd. Wat was het als je van improv kwam en je deed dan je eerste stand-up... Wat was het grootste verschil dat je toen hebt opgemerkt? Had je ineens meer stress om voor een publiek te staan? Nee, er waren dingen waar ik al op een podium kon staan. In de impro viel ik al niet om, dan moet je ook niet omvallen in stand-up. Dus die schrik en ik dacht, fuck, ik blijf wel staan en er zal wel iets komen. Dus die relax was er niet. Wat ik het grootste verschil vond, was in de impro speelde een personage een groot deel van de tijd. Dus nu zit je in een cabaret, dan zit je in een ridder, dan zit je in een vader en weet ik veel wat. En je bent nooit geron. En in stand-up ben ik geron. En heb ik me voorbereid. En moet ik zoveel mogelijk een versie van mezelf zijn. Het ding is uitvergroot, uiteraard, met je persoon. Hij klopt niet helemaal met wie je bent als je in je keuken staat te koken. Maar ineens ben je jezelf. In improv? Er zit altijd een vorm van pleasing in. Hij vindt mij leuk. Terwijl in stand-up, je moet mij niet tof vinden, je moet mij grappig vinden. Je moet mij een eikel vinden, een klootzak van hem, maar wel een grappige klootzak. Dus het zijn allemaal facetten waarvan je denkt dat er toch heel veel raakpunten zijn. En ik ben dat eerst... Ja, stand-up beginnen, bestuderen, ik moest dat kunnen. En het is pas bij mijn tweede show, denk ik, dat ik stelkens aan de impro zijn weg heb gevonden in mijn stand-up. Mede erin, ja. Want je wou het echt gesplitst houden. Ik wou het echt gesplitst houden, ja. Om dan effectief de twee dingen, veel mensen denken dat crowdwork, ja dat is impro. Nee, dat is 9 van de 10. Het stoklijn zijn mensen al op zak. Dat is zoiets dat je ooit al gebruikte. Er zitten kinderen in de zaal van, oei, jij moet nieuwe woordjes leren. Dat is de stoklijn. Iedereen mag die gebruiken. Stokfootage. Iedereen mag die gebruiken. Hij mocht die gebruiken, ik mag die niet gebruiken. Dat is ooit van iemand geweest. Die is zoveel gerecycleerd. Dus dat mogen we gebruiken wanneer je wilt. Hoe langer je speelt, hoe meer je erop zit. Maar wordt het dan al een tijd niet... improviseren in een ding van je pakt de ene joke die je al kent na de andere. Dat is een improvisator? Dat is niet improviseren, dat is gewoon aan elkaar hangen van dingen die je weet. Oké, maar nu gaan we de filosofische kant op. Als ik niet weet wat ik zou willen zeggen, dan ben ik in cd's aan het improviseren. Ja. Al die letters, al die woorden, ik heb die ooit waarschijnlijk al eens uitgesproken. Ja. Als ik ineens zeg, ik heb vis al eens gezegd. Ja. Dat zou raar zijn als je dat doet. Ben je dat dan niet ontypificeerd? Jawel. Ik wist niet wat ik ging zeggen, dus ik heb de schuif open getrokken en de woord uitgehaald, ik heb vis gezegd. Als ik zes woorden achter elkaar zet, is dat misschien een grap. Die heb ik ooit al eens gezegd. Had ik voorbereid dat ik die zou zeggen? Nee. Maar ik ben zo snel bezig dat af en toe er een schuif opengaat en er iets uitkomt dat ik weet dat ik die grap blijkbaar in een of andere vorm al eens heb gebruikt. So what? Dat was niet voorbereid. Ik heb die impuls gebruikt op het moment dat ik het nodig had en daar niet over gehoord heb. Dus dat is in principe een improf. Je hebt het niet gepland op voorhand. En dan de grote fout dat veel maken... Ik ben dan, ik geef heel veel workshops ook in het buitenland en in het begin was dat als improvisator. Maar ik had dan zo mijn achtergrond van de stand-up en internationaal wist dat dan ook. Ik zei dan oké, ik had een workshop gemaakt, speciaal voor improvisatoren. Improv meets stand-up. Om te leren aan improvisatoren hoe het is om te kiezen voor de grap. Om te kiezen om te punchen en alleen te staan. En dat werd gretig afgenomen. En dan ben ik ook beginnen combineren voor improvisatoren, voor stand-upers. Dus het is improv meets stand-up en stand-up meets improv. En dan ben ik daar ook eigenlijk aan... Sorry. Dat weegt je moeilijk. Ja, dat begint te wegen. Dan ben ik dat eigenlijk beginnen geven aan stand-up comedians. En dan gaat het wel over crowdwork. En de grootste fout dat ze maken, is dat ze denken ik moet enig grappig zijn. En ik heb wel iets klaar. Nee. Want als je iets klaar hebt, dan ben je niet aan het luisteren. Het belangrijkste is luisteren. Het allerbelangrijkste. Als je iets vraagt aan het publiek, wil dat zeggen dat je het ook wilt weten. En dat is het verschil dan met mij en een hoop anderen. Ik wil echt verrast worden. Ik wil echt luisteren. Hit me. Vraag door. Wees geïnteresseerd. En... Reageer eerlijk. Dus ik vraag iemand wat hij doet voor een job, en die zegt in elkaar... Op dat moment heb ik jou zo... En die zegt, ja, ik ben hostisch. Het eerste wat ik doe, is dat je herhaalt, want de rest van de zaal moet dat ook horen. Jij bent hosties, en in die een bent je hosties, zit al een reactie. En er is meestal 99% de reactie ook van de zaal. Die hebben zoiets van... En ik heb ook zoiets, gewoon oprecht. Wat? Je hebt hosties, op dat moment zijn die al aan het gieren, aan het lachen. En die zijn even weg. En op het moment dat die terugkomen, kom ik gewoon met de volgende vraag. En zijn er eigenlijk al zeven, acht seconden voorbij tot je snelheid? Niet nodig, hé. Ik ben gewoon een eerlijk gesprek, met eerlijke interesse. En wat je dan doet, is met de gegevens die je daar hebt gekregen, laat je geest gaan. Stel je voor als kind, wat wilde jij later doen? En dan ben ik eigenlijk al los van hem. Ik zou keigraag hosties pakken. Dan moet je naar de hostieschool. Ik blijf het door associëren op dat één gegeven. Ja, ja. En dan zit je aan het improviseren. De meesten pakken hosties en maken grappen over je. Dan zit je eigenlijk je publiek aan het afkakken. Met een grap die je al in je zakken hebt zitten. Fuck you. Dat vind ik... Easy. Als ik een show zie van vier mensen die vier keer dezelfde crowdwork doen, dan verlies ik mijn interesse. Ja, oké. Ik heb nu in mijn show een stuk dat ik in interactie ga. Ooit was dat een hilarisch stuk. Nu is dat gewoon een vast deel van mijn show. Eender wat je zegt, kies ik voor dat. En dan denken mensen dat ik aan het improviseren ben. Nee, ik ben dat heel goed aan het spelen dat ik aan het improviseren ben. Maar voor mij... Ik ga dat ook nooit laten zien online als... Dit is wel een geniaal crowdvoter. Dit is gewoon Beethoven en show. Ik heb even iets gebruikt van hem dat ik wist... Dat is alles. Ergens voorbereiden. Dat is 100% voorbereiden. Ooit was ik geïmproviseerd en dat was een heel leuk stuk geworden. En ik dacht, ik wil dat nog eens doen. En vanaf dan is het eigenlijk een bit van gemaakt. Een bit van gemaakt waar ik eigenlijk in eerste instantie even praat met het publiek. Maar ik doorplik het ook direct erna, dat mensen denken, die heeft dat voorbereid. Maar ik houd wel in elke show een tien procent ruimte voor impro, sowieso. Omdat ik hou van dingen die gebeuren, dingen die anders zijn. Ik denk vooral dat het leuk is voor de publiek dat elke show wat anders is. Het is niet gewoon een afgeding, dat elke show toch een beetje... En dat voelt ook spannend. Ik ben soms echt verrast door wat het publiek zegt of geeft. Daarom dat de vragen die je stelt als comedian, Er moeten ook dingen zijn die je echt wilt weten. Wat doe jij voor een job? Dat kan uw eerste introvraag zijn. Maar durf dan door te vragen. Boekhouder, dat heb je ondertussen al zoveel keer gehoord, de grap op boekhouder... Ik vind dat interessant. Boekhouder, jij werkt veel met papier. Ik hou van papier. Ik in een bos loop en dan zie ik die bomen en dan denk ik, eigenlijk is dat allemaal papier. Dat is interessanter dan... Je boekhouder, jij wordt ook de leukste. Ja, niet doen. Ja, inderdaad, inderdaad. Oké, dus we waren bij het punt waarop je geswitcht bent om dan stand-up ook mee te gaan doen. Maar nu geef jij ook les in improv. Dat drinkt zeker, hè. Dan wil je babbelen. Je geeft ook les. Is dat dan in improv, stand-up, beide? Oké. Ik geef les op de academie in Eker. Oh, wat was dat? Stand-up comedy. Dat is nu mijn vijfdejaar dat ik het geef. Ik wist zelfs niet dat je dat kon gaan doen. Hij zit stamvol. Is dat een avondopleiding, of is dat echt voor mensen in de kunst? Dat is DKO, dat is deeltijdskunstonderwijs. Dat is muziekacademie. Thomas Smit heeft lees in Mechelen. En daar heet dat conservatorium. Ik zei, nee, het is academie. Dat is evengoed muziekschool. Sorry, Thomas. Hij luistert zeker. Sowieso. Ik ken hem. Patreon zelfs nog. Dus elke maandag van zeven tot tien kunnen bij mij een stand-up komen volgen. En dat is een traject van drie jaar, die je na elk jaar opnieuw moet misschrijven voor het volgende jaar. Ik push mijn mensen ook heel snel op het podium op. Ik heb een paar open mics, een open mic in CCE, een open mic in de kaleidoscoop in Mortsel, en een open mic nu in de Deep Street Comedy in de Diepstraat, een theater, een onkel Gaston. Dus ik heb drie podia waar ik af en toe leerlingen kan zetten. Dat is vier keer per jaar, en die van Gaston is nu maandelijks, dus ik kan wel wat aanbieden aan mijn leerlingen. En ja, in de stand-up heb je geleerd schrijven, hoe zit een grap analytisch-technisch ineen. Hoe kijken mensen naar jou? Wat voor comedy wilde jij brengen? Waar haalde je inspiratie vandaan? Zo werken wij het eerste jaar met iedereen een set van een goeie acht minuten. Maar het derde jaar hebben we ondertussen al dertig minuten met elkaar. Maar dat is er wel allemaal samen. En dan op dinsdag, en dat is nieuws sinds vorig jaar, we hebben nu net ons eerste jaar gedaan, geef ik Long Form Impro. Long form. Dus die mensen die bij mij toekwamen, die hadden geen idee wat ik ging doen. Tegen het einde van het jaar, het is juist 20 jaar geleden. Ga je wenen? Nee, ik ga een volledig avondstuk spelen. Zonder voor te bereiden? Zonder voor te bereiden. Nice. En zelfs tot drie weken ervoor hadden ze gezegd dat ze dit nooit zouden kunnen. En de avondselfde was fantastisch. Ah, dat is goed. En je zag die echt groeien. Fuck, hoe leuk is dit? Dus ja, dat is een nieuwe richting die we nu aan het opzetten zijn. Ik heb heel lang in de improvisatie liga lesgegeven. Ik geef heel veel workshops. Omdat soms groepen mij vragen, kun jij een weekend komen geven? Ook voor bedrijven, echt? Ook ja. Een corporate setting. Corporate settings die soms puur fun zijn. Dat ze gewoon een fun dag willen. Maar soms ook gewoon echt heel specifiek. Leren delegeren, leren luisteren, de box denken, inspiratievol denken, whatever. Dus heel veel facetten van het bedrijf. Er is veel aan de hand in je impro's denk ik. Omdat wij allemaal impro gebruiken. Iedereen. Je gaat dat bakken. Je bent niet voorbereid op wat je gaat zeggen. Heel vaak is dat hetzelfde. Heel vaak is dat hetzelfde. We zijn een team pistoleers. Maar af en toe zegt er iemand ernaast iets. In elk gesprek... is impro. En impro is iets dat hier en nu is. Er is nog geen Sebbes. Jij kunt denken, we gaan Sebbes naar daar met het verhaal, en ik wil naar daar. We gaan iets samen moeten vinden. En als één van ons twee niet aan het luisteren is, en dat is het grootste fout dat ik met mijn leerlingen zie, die zijn al... Ja maar, dat ik hoorde wat hij juist heeft gezegd, Iets cruciaal gezegd en je laat zoveel diamantjes liggen. Je kunt daarmee weggaan. Je laat zoveel diamantjes liggen dat je niet verder gaat dan dit. En die luistert. Dus dat luisteren is... Heel belangrijk. Dat is een quote van mij, maar die is ondertussen... Dat komt op het examen. Die is ondertussen redelijk rondgegaan. Iemand heeft die gepost. Ze vroegen mij... Wat is voor jou het samenspel met je stagepartner? En over het nadenken geweest? Is fantasie oneindig, onafhankelijk? Ja, ik denk dat wel. Oké, goed. Ik moet even diep over nadenken. Improv. Oké, je mag. En ik ga direct laten zien hoe eindig je fantasie wel is. Ik wil dat je een alien beschrijft. Je moet hem compleet verzinnen. Maar je mag er met niets voorzien dat wij kennen. O, amai. Ja, oké. Goed, ik snap het al. Dat gaat niet. Ja, dat gaat niet. Blubberoog. Ja, maar we kennen blubber, we kennen ogen. Je kunt niets voorzien dat je niet kent. Dus dat is je limiet voor je fantasie. Nu, als wij een scène spelen... Jij hebt een leven gehad dat ik niet heb gehad. En omgekeerd. Jij hebt ervaringen die ik nog niet heb gehad. Jij bent op plekken geweest waar ik niet ben geweest. En omgekeerd. Dus mijn oneindigheid zit bij u. En uw oneindigheid zit bij mij. Ja, dat is waar. Daarom dat mijn interesse in mijn... een spelpartner in de 120% is. Omdat jij gaat mij in een plekje pakken waar ik nog nooit ben geweest. Jij pakt mij mee in een fantasie die niet de mijne is. En ik, jou. En samen creëren we iets waar we zelf allebei nog nooit in zijn geweest. Dus de oneindigheid die je kunt vinden, vind je niet bij jezelf, maar bij de anderen. En dat was dan ook de quote van... Dat is mooi. Ik vind dat wel heel dingen, want inderdaad, ik dacht dat dat altijd heel erg comedy was. Maar inderdaad, als je dat dan zo vertelt, zijn dat echt ook gewoon verhalen. Poëtisch. Heel mooi, ja. Elke grap... Je hebt een t-shirtlijn al met die quote. Elke grap. En vraag het aan de Vincent Voeten, die zuiver op de grappen gaan. Elk grap is een verhaal. En een set-up punchline. Wat is een set-up? Wie wat waar. Dat is een van die dingen die erin zitten, maar dat werkt niet want we hebben geen context of geen wie. Dus je hebt dat nodig om te kunnen punchen. Een langere grap is een langer verhaal. Ik ben geen punchline comedian, geen one-liner comedian, maar ik moet in die grap, in dat verhaal, nog zoveel extra grappen verzinnen. Maar soms is het heel interessant om ons studenten te zeggen, oké, je hebt nu een bit van vier minuten, nu wil ik dat je die bit in één zin stekt. Je maakt dus een punchline van hem. Dat is gewoon een oefening. Maar alles is verhaal. Alles, alles, alles. Dat geef ik je ook aan bedrijven. Ik werk met Guy Ooms, dat is een communicatiespecialist. Heel dikwijls voor CEO's die leren speechen, speech schrijven. En dan krijg je zo'n CFO, een financial boss, en die moet de jaarcijfers. En die wil dat interessant maken. En die zegt, maar ja, die cijfers, wat is hun verhaal? Wat is hun verhaal? Ja, er is groei. Oké, dat weten we. Er is groei geweest. Waar heb jij in je persoonlijk leven ooit groei gezien? En niet seksueel. Met mijn kind die voor iets koos en ik zei dat hij een opa was, dat begint daar al mee. Begin je dat verhaal te vertellen en koppelt dat je cijfers eraan. Maak er een persoonlijk verhaal. En dan zijn er stories om te vertellen. Alles hier is een verhaal dat je... En dat is ook bijvoorbeeld voor inspiratie. Een blikje. Een blikje bier ontdrinken. Wie heeft het eerste blikje gemaakt? Wie was dat? En waarom? En je hoeft dat niet te googelen, je hoeft dat zelf te proberen. Wie komt er zo ineens mee? Oh, ik heb weer metaal. Ik kon er fret in kappen, ik kon er dichtlassen, weet ik veel hoe dat zit. En daarmee ging ik nog eens... Ik heb iets gevonden, mannen. En dat dat effectief een ding is geworden waarbij in het begin keiveel volk aan dood ging onder loodvergifting. De evolutie van blikjes, zeg maar iets. Gewoon al de liedjes gekend die dat er wel af konden. Van zo'n blikjes. Die leg je dan op en op het strand, je liep er met je voet in en vul je je voet. Dan heb je die lidsjes gekregen. Ondertussen heb je zelfs flesjes waar de tjoep niet meer afgaat. Dus als je dat verhaal begint te zoeken en je maakt er een story van, dan heb je terug een verhaal. En dan heb je veel meer dan een blikje. Zelfs over een blikje. Het is heel leuk dat je dat met vriendengroepen kunt doen. Op zo'n avond als je een barbecue eet en gewoon zo wat... Beginnen, ja. Alles is normaal. Wij doen wel gelijk aardige dingen. Spelletjes en zo. Wat was het daar? Ik weet niet wat jij wilt zeggen. Jij wordt zat dat ook in je app zit. Dark Stories of zo. Ja, dat is een beetje tegenovergestelde richting nadenken. Een raadsel eigenlijk eerder. Bij de improv heb je een regel die je altijd hoort, de yes-and-regel. Kun je dat eens verklaren, want dat is zoiets vaag, dat hoor je overal. Bij mijn eerste workshop dat ik internationaal begon te geven, Je had twee strekkingen binnen de impro, je had de oude garden, de Key John Stones. Maar op het moment dat ik op internationale plekken kwam, zat er ook heel veel jong volk, dat was opgeruimd met MTV, fast-paced comedy, strips. Dat waren de gasten waar ik mee klikte. Wij waren even oud, wij zijn nu allemaal al oud sokken, maar toen waren we allemaal in de twintig. En wij zeiden niet eens, we zeiden no, fuck the rules. Wij deden ons goed, we waren iets punkier. En dat botste namelijk toch wel met de gevestigde Gerden. Die hadden dikwijls ook veel te veel gewicht. Wij brengen theater. Ik vind het waardevol wat wij brengen. Maar het is ook heel vluchtig, we gaan het maar één keer brengen. Ja. Dit was het. En jullie hebben iets unieks meegemaakt, we gaan niet filmen. Ik haat dat we dat filmen en online smijten. Nee, we gaan het toch doen. Dit was uniek voor deze avond. Impro is vluchtig, punt. Als je iets wilt dat er binnen 30, 40, 100 jaar nog is, dan moet je geen impro doen, dan moet je een theaterstuk schrijven. En ik ben aan een workshop beginnen maken, How To Say No. Wat gebeurt er als je in een scène zegt, papa, ik ben een vader niet. Mijn titel van de workshop was Fuck the rules. Zalig. Omdat alles wat een regel was, was voor mij geen regel. No rules but tools. Dus de Yes Ant was voor mij een tool dat je kunt gebruiken, als het nodig is, maar je moet hem gebruiken. En ik leerde mensen allemaal nee zeggen. Dus ik was direct aan het bruisen. What the fuck are you doing? Want uiteindelijk, als je vier uur lang nee hebt gezegd, bleek dat je met je nee heel hard ja kunt zeggen. En waarom is je ja belangrijk? Uw verhaal stopt als je de hele tijd nee zegt. Als je de hele tijd blijft blokkeren, stopt uw verhaal uiteindelijk. En een yes-and is ja zeggen en iets toevoegen. Dus als ik alleen yes zeg, dan moet alles van je komen. En ik zeg yes-and, ik creëer mee aan dat verhaal. Dat is weer die oneindigheid dat er tussen ons ontstaat. Dus dat is een yes-and. Maar ik vind dat een no evengoed een yes is. Ik beschouw... Jij mag van mij tien keer nee zeggen. Omdat ik je nee als een ja zie. Ja, oké. Hé papa, ik ben je vader nu. Ik heb het altijd aan gedacht. Zalig. Het verandert onze realiteit, that's it. Ik weet nog, het eerste jaar dat ik dat gaf in Berlijn, die groep was helemaal mee, behalve één of twee. Die bleven ermee vechten. De laatste avonden speelden we met alle teachers. Een show en de leerlingen mochten meespelen, een beetje een jam. Ik dacht, ik ga hem niet verwittigen, maar als je dat niet gelooft, speel een keer met Lee van de Crumbs. Fantastische speler, Lee White. En ik zeg, doe maar. En zij zei, oké. Dus zij speelt een scène, Lee op een baldoeké wibbelt hem een scène met mij, oké. Zij door mij op. Oké, geef ons een plek, een museum. Dus hij loopt daar binnen, welkom in het museum. This is an animal? No, it's not. En hij is er ook gewoon letterlijk van. You were right. You know the secret. Weet je, die draaide alles om. En binnen de vijf minuten was zij veranderd in een van de items in dat ding. Dat is een gigantisch grave horrorscène. En achteraf zeg ik, zie je wel? Ja, en zij zei ook tegen hem, maar ik heb keiveel nee gezegd. En hij zo, ik heb dat niet gehoord. Ik heb gewoon andere dingen gezegd. Ik heb uw nee ten volle aanvaard, dus op uw neem ik het ja ingezegd. Dus die ene bestaat niet. Heel goed. Dus die ene is wel belangrijk. Maar de vorm niet. Ja. Heel interessant. Ik denk... Het voelt veel dieper aan dan ik ooit had gedacht. Inderdaad. Het is megainteressant. Ik denk dat we er nog heel veel over kunnen blijven babbelen. Het is misschien tijd dat we iets wat gaan doen. Oh shit, dan moet ik die allemaal gaan bewijzen dat dat zo is. All right. Dus wij gaan hier even de move doen en dan ga jij ons onderdompelen in improv. Yes. Ik ben benieuwd. Jij wel. Oké. Hier staan we dan. Goed. Elke workshop, elke les, beginnen we altijd met een bepaalde opwarming. Dat heeft een paar redenen. Mensen willen even de kak van de dag achterlaten. Dikwijls met een nieuwe groep is het ook met wat leren kennen. Maar er zit veel meer in die oefeningen dan dat sommige mensen denken. In de eerste oefening is een oefening... Ik doe die zelf al... Ja, hoe oud ben ik nu? 35 jaar. En ik doe dat dagelijks. Ik ben ook beginnen leren aan stand-up comedians om voor een show te doen. Op zichzelf dan. Wij gaan het nu met z'n vieren doen. Dat is associëren. We gaan deze beweging maken. We mogen al beginnen. Je gaat ook samen knippen. Het is bedoeld dat we hier samen een momentje hebben. We hebben samen een momentje. Ik ga een woord zeggen. Ik zeg dat op het moment dat mijn hand hier is, op de knip. Ik gooi mijn woord in de lucht. Mijn woord is geniaal. Ik dank mijn brein met mijn geniale woord. Dan heb jij de tijd van daar tot daar. Om het eerste woord te zeggen waar je aan denkt, dat heb je gezegd. Oké. Eenderwa. Eenderwa. U associaals. Oké. Jij gaat niet voort op mij. Nee, ik ga voort op hem. Op zijn. Oké. Jij gaat voort op hem. Jij gaat voort op hem. Laat ik jullie met drie verder, want ik wil naar jullie kunnen kijken. Ik start ermee op en dan is het aan jullie. Ik vind het wel... Ja, oké. Eigenlijk moet er geen stress over zijn. Gewoon zeggen wat je in je gedachten hebt. Het is toch wel spannend. We gaan makkelijk beginnen. Tafel. Stoel. Zitten. Servet. Smossen. Drinken. Sla. Ketchup. Mayonaise. Jopie. Witte. Hamburger. Biggie. Afvallen. Bijkomen. Jordik. Vet. Vlees. Kaas. Het slagroom. Oké, goed. Dat is associële. Wat heb ik nu al gezien? Ieder van jullie... De lach komt nu even... Ieder van jullie heeft het al gedaan. Ofwel het woord zeggen en dan neeknikken... Ah, oké. Ofwel neeknikken voordat je het woord zegt. Wauw. Dat is bijna sorry zeggen voor het cadeau dat je krijgt. Amai, ja. Heel goed. Of soms is het oordeel over... Sla. Sorry, wat een kutwoord is dat. Er zijn geen slechte associaties. Oké. Uw associatie... Als jij boma zegt en ik zeg ajeun, omdat mijn boma... Dat is mijn associatie. Dat is gewoon mijn cadeau aan jullie. Dat is wel die oneindige. En jij gaat verder met je eigen en die bommen zijn lang verdwenen. Als ik al nee zeg, dan zeg je eigenlijk al dat het niet goed is. Nee, wij proberen dan van... Fuck, hoe goed is dit? Maar alles is een fucking cadeau. Alles wat in je brein opkomt, je oordeelt daar niet over. Oké. En dat is nu misschien nog niet gebeurd, maar soms heb je... Ik wil sla zeggen, maar ik vind dat niet goed genoeg. Dus ik ga biefstuk zeggen. Biefstuk is niet beter dan sla. Je wilt eten wel, maar... Maar niet in dit geval. Dus elke associatie is van een genialiteit, een cadeau. Het is een beetje uit je kop komen, inderdaad. En dit durven te doen. Wow, fuck. En je gaat zien, als je dat vaak doet, en we gaan dat nog doen, op welke plek je gaat komen. Dikkels komt er eerst de shit van de dag uit. Je merkt Dikkels in een grote groep zo... Vrolijk, vrolijk, vrolijk. Depressie, vrolijk, vrolijk. Dus je haalt er Dikkels heel... Zeker als je het in een bedrijf doet, kijk je... Eigenlijk is Dikkels al dingen. Hoe weet je dat? Dat is zat, hè? Je kijkt, je kijkt, je hoort. Iemand die alles op seks laat komen, hij weet dat het er even uit moet worden. Elke associatie met... Ik heb dat gehad met personen. Elke associatie, zo... Vies. Dan zeg je iets van... Oké, gast. Komt goed. Maar ik spreek het dan ook uit. O, amai. Al mijn associaties met seks. En dan kunnen we daar ook weer voorbij gaan zitten. All right? Steen. Weg. Schaar. Rome. Romulus. Grieken. Kijk naar elkaar. Oedipus. Seks. Niet. Moeder. Papa. Hier, hier. Mama. Kapsalon. Ritten. Kijk naar mij, kijk naar mij. Biest. Kijk naar mij, kijk naar mij. Krieten. Give me to me, ja. Ja, goed. Vleesje. Het kostte te veel. Knippen. Haar. Kort. Lang. Ja. Penis. Komaan, is er iets langs? Elk woord is geniaal. Ballen. Ja, fuck. Haar. Hoe goed is dat? Tennis. Ja. Schoenen. Ja, gewoon. Basket. Oh my. Ja, nee, wel. Michael Jordan. Ja, mooi. Café. Ja. Ja, knikken. Nee, knikken. Ja. Café. Ja. Koffie. Ja. Een pintje. Ja. Cara. Teuts. Colruyt. Stella. Albert Heijn. Aldi. Bedrijfswagens. Alfa Romeo. Alfa Romolo. Kwaliteit. Brakt. Rood. Groen. Oranje. Kleuren. Prisma. Jay. Een tekening. Oké, goed. Sorry, maar wacht even. We gaan die ramen toch toedoen. Ik hoor ook die doedelzakken. Doedelzakken. Schotland. Doedelzakken. Dat helpt niet. Dat helpt echt niet. Doedelzakken. Ik hoop dat we niet te warm gaan worden. Vertel maar ondertussen. We staan waar we zijn. We hebben het gedaan. Ja, dat hoop ik van je. All right. Dat is nu nog niet gebeurd, maar vaak is het ook zo. Ik kon je niet horen. Ik heb je niet verstaan. En eigenlijk, zelfs dan... Je moet iets doen. Dat is een van die tools. No rules, but tools. Obey die impuls. Gehoorzaam met je impuls. Oordeel niet over die impuls. Ik babbel met je. Dat is mijn impuls nu om... Dan doe ik dat. Dan zien we waar we uitkomen. Dat maakt impro net zo interessant dat ik niet oordeel over mijn volgende stap. Ik zet mijn volgende stap. We zien wel waar we uitkomen. Impro is de straat oversteken en niet naar links of rechts kijken en hopen dat er een auto aankomt. Typisch zitten mensen toch wel meer in hun hokjes, denk ik. Daarom dat we die oefeningen allemaal doen. Dat associeer je, ik geef dat ook mee aan comedians, om dat op je eigen te beginnen doen. Voor een show, voordat ik opkom, doe ik dat niet meer zo. Ik doe dat gewoon in mijn eigen. En ik heb op een minuut focus. De eerste keer dat je dat doet, kun je dat met een metronoom geven, en je associeert door op jezelf. Kool, melk, kool, groenten, barbecue, saus. En dat is wat ik ook doe in gesprekken met mensen. Wat doe jij met je job? Dat. Ik begin daarop te associëren. Ik heb maar één ding nodig en ik kan een uur vullen. Ik vind dat een goeie tip. Ik merk dat ik niet goed ben in small talk. Dat is een goeie tip om dat gesprek aan de gang te houden. Jij zegt iets, ik associeer daarop en we zijn over iets anders bezig. In plaats van toch maar weer over het weer. Het is mooi weer. Het is niet geregend. Het is droog. Ik heb eens keidroog vlees gegeten. Ineens stond jij over... Dat was een biefstuk. Dat was een lap karton. Jij denkt aan karton. Ik wil mijn karton erbuiten zetten. Dat kwam naar alle kanten. Dus je associeert door op wat je krijgt en niet op dat eerste. Ik zit daarop vast. Het belangrijkste is niet oordelen over... de cadeautjes gekregen. Want het één woord is echt niet beter dan tender. Echt niet. Maar als ik nu lach, dat is niet oordelen. Nee. Dat is soms al heel grappig. Soms is het grappig, soms is het verrassend. En dan moet je die verrassing toelaten. Goed. Sowieso. Maar het gaat er vooral over dat... Hij heeft kaka gezegd. Dat is een slecht woord. Zelfs als het klinkt, kaka, dat is leuk. Zelfs als ik een woord zeg dat niet bestaat, kruisje niet bij. Dat denkt allemaal aan iets. Nu. Zelfs dat. Misschien gewoon aan Rusland, dan weet ik veel wat ik denk. Maar je denkt aan iets. En je moet leren om die impuls te vertrouwen. Om dat eruit te verrichten. Elke scène ligt constant vol ideeën. En vaak zeggen mensen dat je niet mag zeggen nee, want dat blokkeert. Het enige dat je kan blokkeren, ben jijzelf. Ja. Er gaat nooit een ander speler mij blokkeren. Ik ga mezelf blokkeren door niet klaar te zijn, de limiet vast te zetten. En daar is ook een hoop te genieten om daar compleet voorbij te gaan. Maar... Dat is niet voor deze workshop, maar snap je dat? Ik moet vaststellen dat we precies honger hebben. Het is te laat over eten. Waarom gaat je altijd naar eten? Terug naar het frituur. Oké, we gaan... We zullen eerst het alfabet doen. Ik ga meedoen. Ik wijs naar u, A. Ik zeg A. Jij wijst B. En je moet eender wie wijzen en zo tot zit. Oké? En gewoon een woord. En dan zitten we even daar. Sorry dan voor uw rug. Het is uurs. Oké? A. Jij wijst hem met hem er. Maar ik moet de woord zeggen? Nee, B. B. C. D. E. R. G. H. I. J. K. L. M. N. O. P. Q. R. S. T. U. V. X. Y. Z. Oké, nu op tempo. Nu gaan we dat snel doen. Eigenlijk zouden we het onder de tien seconden moeten kunnen. Oké. Het record van mijn groep is zes seconden. Als we daarmee beginnen. Ik wil ook dat je wijst en kijkt. Een impro is keibelangrijk, omdat je niet weet wat er gaat gebeuren. Als ik in een scène portefeuille pik en je hebt dat niet gezien, dan word je straks betalen. Ik heb die portefeuille niet afgesproken. Alles wat ik doe, moet je ook weten. Als acteur, niet als persoon. Dus kijken is superbelangrijk. Als we in een scène binnenkomen en ik kijk, maak ik contact met je en zit ik mee in de scène. Maar als jij met twee in een scène zit en ik kom op en ik ga naar jullie, dan creëer ik een nieuwe scène en krijgen we een splitscreen. Dan kun je weggaan, je kunt een nieuwe scène opstarten. Vanaf dat je contact maakt, win je de story. A. A, B, C, D, E, F, G, H, I, J, K, L, M, N, O, P, Q, R, S, T, V, X, Z, A, B, C, D. E. F. G. A. I. J. K. L. M. N. O. P. Q. R. S. T. U. V. V. X. Z. Oké, vanaf nu gaan we er ook woorden van maken. Maar ik wil dat je je niet voorbereidt. Ik wil dat je springt. Dus als je de A hebt en je begint die al uit te spreken, voor de genading, en je zet daar een medeklinker achter, dan heb ik al een woord. Aap. Aal. Soms nog niet. Agenda. Dat is zo'n woord. Ik heb geen agenda, maar ik kwam eruit. Pak dat risico. Oké? Dus geen... Nee. Gewoon oversteken, hopen dat hij er niet aan komt. Ja? Dit is heel raar. Ik vind het nu wel engrappig. Oké. Oké. Ander. Banaan. Scrap. Deur. Everswijn. Fazan. Groot. Hallo. Ik. Jij. Kaketoe. Lou. Mama. Nooit. Olifant. Patrijspoort. Sappig. Triceratops. Overhoud. Voorwaar. Waarschijnlijk. Xylophone. Ypsilon. Zeta. We hebben de Q... Ik dacht dat de Q niet geweest was. Dat is goed. We hebben dat gewoon ontvangt. Niet als fout. Maar we hebben woorden gebruikt. die je niet zou hebben gezegd als we hadden nagedacht. Krabben bij de zee. Ik zei... Ik kom arm uit, ik laat het. Krabben, dat is goed. Als jongen wordt, dat is er eentje dat... Kakatoe. Ja, kakatoe. Dat is zo kakatoe. Dat is het leuke dat dat ontstaat terwijl je aan het babbelen bent. Je bent hier rapper dan hier in het volk. Je pakt dat risico. Dat is het leuke als je aan het spelen bent. Boep en ik ben kaketoe. En dan wat? Eneens zo'n grappige ding. En dat komt er ineens bij. We zijn kaketoe in die scène. We zien waar we dan naartoe gaan. Had ik dat gepland? Nee. Dat is het leuke, dat we niets plannen. Dat je altijd openstaat voor elke verrassing. Out of the box. Oké, wij gaan naar daar. Ik had een verhaal met een kop zeilen. Je gaat vechten en je hoopt op een pilaatsschip. Hoppa, samen. Dus wij hebben niet mijn idee gevolgd, niet uw idee. We hebben samen een idee gemaakt. We gaan nu... Normaal moeten we dat minstens met vier doen, dus ik zal meer doen. Hetzelfde systeem, maar we gaan tot vijftien tellen. Oké? Op tempo. 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15. Oké. Na 15 gaan we terug naar 1. Beginnen we terug bij 1 en gaan we tot 16. Tot 16. Ja. En dan beginnen we terug bij 1 en gaan we tot 17. Terug bij 1 tot 18. Terug bij 1 tot 19. Terug bij 1 tot 20. Ja? En dan is het gedaan. Als er een fout wordt gemaakt, Ik wil ook niet dat je 16... Nee, gewoon bam, bam, bam. Dan moet je de hele tijd dat tempo zijn. Als er toch een fout wordt gemaakt, dan wijzen we naar die persoon. En dan zeggen we... En die persoon gaat dat... All right, ja. Laat maar komen. Falen is menselijk, leuk en onadembaar. We moeten het. Dus 1 tot 15, 1 tot 16, 1 tot 17, 1 tot 18, 1 tot 19, 1 tot 20. Oké? 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15. 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16. 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8. Loser! Loser! Loser! Loser! Oké, go! 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11. Loser! Jij bent een loser. Dat weet ik. Opnieuw. Focus. 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 1, 2... Loser. Loser. 13-1. Oké. Dat is met een beerschatting. 13-1. 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 1, 2, 3, 4, 5, 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 Eén. Doezo! Het is altijd leuk om te zien dat mensen zo gelukkig zijn dat ze tot drie hebben kunnen tellen. Je begint na een tijd te denken dat je niet meer tot drie kan tellen. In een groep van 60-jarige mensen is het moeilijker omdat je veel minder lang op bot komt. En je bent het nadeel kwijt. Dat is een concentratieoefening. We hebben even gefocust. Heel plezant. We gaan nog één of twee focusdingen doen. Ik heb ooit geleerd van een Turkse improvisator in Istanbul. Die heeft dat geleerd in het leger. Die oefening heet de Turkish Army Drill. Oké. We gaan samen tot vier tellen trekken. Eén, traag. Twee. Drie. Vier. Eén. Twee. Drie. Vier. Dan vervangen we de één door... 2, 3, 4. 2, 3, 4. En dan vervangen we 1 en 2. 3, 4. 3, 4. En dan vervangen we 1, 2 en 3. Dus... 4. 4. 4. En dan tellen we het weer gewoon. Oké. Dan is het even 1, 2, 3, 4, 1, 2, 3, 4. En we gaan altijd even snel. Oké. Probeer zo lang mogelijk te volgen. Ja. Hartstikke goed. En... En als je niet meer kunt volgen, stop de rest niet. Je hebt er zoveel van gehad. Je wil hem ook stoppen. Nee, nee. Probeer terug in te pikken, als je kunt. Oké. Maar er is een limiet aan, bij iedereen. Oké. We beginnen traag. 1, 2, 3, 4. 1, 2, 3, 4. 2, 3, 4. 2, 3, 4. 3, 4. 3, 4. 4. 4. 1, 2, 3, 4. 1, 2, 3, 4. 1, 2, 3, 4. 1, 2, 3, 4. 1, 2, 3, 4. 1, 2, 3, 4. 1, 2, 3, 4. 1, 2, 3, 4. 1, 2, 3, 4. 1, 2, 3, 4. 1, 2, 3, 4. 1, 2, 3, 4. 1, 2, 3, 4. 1, 2, 3, 4. 1, 2, 3, 4. 2, 3, 4. 2, 3, 4. 3, 4. 3, 4. 4. 4. 1, 2, 3, 4. 1, 2, 3, 4. 1, 2, 3, 4. 2, 3, 4. 3, 4. 3, 4. 4. 4. 1, 2, 3, 4. 1, 2, 3, 4. 2, 3, 4. 2, 3, 4. 3, 4. 3, 4. 4. 4. All right, oké. Amai, wat was dat? Dat is niet meer goed. Het was heel lang niet meer. Amai, dat was echt niet heel leuk. Focus, meneer. Elke keer voor de podcast. Oké, we gaan nu per twee. Staan. Ehm... En dat is een mindfuck. We gaan elkaar binnendraaien. Probeer het tempo zo hoog mogelijk te leggen. Jij zegt één. Ik zeg twee. Jij zegt drie. En ik zeg één. Jij twee. Ik drie. Jij één. Ik twee. Jij drie. Dus je bestelt eigenlijk... Concentreer ik zo. Eén, twee, drie. Dat is alles. Eén. Eén. Eén. Nee. Hey, Yorrick hier van De Toekomst. Het stuk dat nu te horen is op de achtergrond van mijn gebabbel is een heel verwarrend stuk als je alleen maar aan het luisteren bent. Dus ik heb dat een beetje korter geknipt, want anders gaan jullie horendol worden van ons door elkaar gebabbel. We waren ook in twee paren, dus we waren enerzijds al over elkaar aan het praten per paar en dan nog eens twee paren die dat ook nog eens over elkaar aan het praten waren, dat is een regelrechte parenclub hier. Maar als je wilt weten wat we hier exact aan het doen zijn, dan kun je op één adres terecht, en dat is webliefteru.be slash patreon of patreon.com slash webliefteru, want daar kun je de aflevering zien met beeld en kun je ons ook heel hard zien sukkelen in het improviseren. Ja, kijk, als je echt wilt weten wat we op dit moment aan het doen zijn, met dat door elkaar gebabbel en wat we er juist aan het doen waren met het knippen en het vervangen van woorden met bewegingen enzo, dan zou ik zeggen, stop nu maar luisteren, pak een abonnementje van een maandje en dan kun je gewoon zien hoe wij dat aan het doen zijn. Want dankzij Lennert hebben we daar mooie beeldjes van. All right, dan kun je nu gewoon verder luisteren naar het stuk nadat het verwarrend was. Oké. Dat zijn synapsen in je hersenen die je de hele tijd laat... Verbindingen die je ontlegt, die er niet meer waren, die ze misschien ooit hebben geweest. Dat wordt altijd makkelijker en makkelijker. Een beetje zoals vroeger op de Nintendo DS. Ja, maar bijvoorbeeld... Dat is een goed voorbeeld. Ik was onlangs... Mijn neef wilde nog eens Fifa spelen. Dat was echt bij mij acht jaar geleden. Ik zat er en ik was aan het nadenken. Ik weet niet meer welke knop wat is. Ik zat neer en ik zat in die match en dat ging vanzelf. Ja, dat is zo. Het moment dat je dat inschakelt... Het is heel markt dat je dat motorisch geheugen ziet. We gaan stil zijn en kort beginnen te spelen. Dat we ook dat hebben gedaan. Normaal, dit in een workshop van drie uur of een les van drie uur, is de opwarming dikwijls een uur. Logisch. Als je dat ziet... Maar in de opwarming zit al wel... Want ik heb honderden opwarmingsoefeningen. Zit er al wel een lijn in waar ik naartoe wil gaan? Associëren doen we bijna altijd. Maar dan kan ik bijvoorbeeld... met jullie een soort storytelling in te steken in de opharming, waardoor ik daarna verder kan. Het is altijd wel een ophouden naar een bepaalde richting. Nu is het een ophouden naar... We gaan gewoon dingen doen. We gaan een korte scène spelen. We gaan dat in een driehoek doen. Eerst jullie, dan jullie, dan jullie en dan jullie. Heel korte scènes, drie zinnen. Oké. Eén, twee, drie. Ja? En dan is de scène gedaan. Moet dat interessant zijn? Nee, niet bekend. In die drie zinnen moet je weten wie je bent, waar je bent en wat je gaat doen. Oké. Wie wat waar. Ja? In die drie zinnen moet je informatie... Per duo, hè? Dat je zo... Ik wil geen vragen, Ik zal u uitleggen waarom. En nog geen probleem. Dus niet beginnen met... Maar dat is het moeilijkste. Geen vragen. Dat is het moeilijkste, denk ik. Als het belangrijk is voor mij om te weten hoe laat het is in deze scène, beslis ik zelf hoe laat het is. Een vraag is uitstel van je verhaal. In plaats van te zeggen dat het zes uur is en je moet vertrekken. Ik denk dat het zes uur is en ik moet vertrekken, maar ik wil alleen vragen hoe laat het is en wie de auto heeft gestolen. Fuck mijn verhaal. Snap je? Je geeft macht af. Bij elke vraag geeft dat macht af. Je hebt de controle. Heel belangrijk om te weten in onderhandelingstechnieken, wordt dat ook heel vaak... Als je iets bevestigends hebt gezegd, is dat een statement en bestaat dat ding. Een vraag is veel fragieler, is veel onbestaander. Dus geen vragen, geen problemen. En waarom geen problemen? Omdat... Er kan geen probleem zijn als er nog geen verhaal is. Makes sense? Ik geef een voorbeeld. Begin van een film. Je ziet een man... Close-up. Hij stekt een sigaret op. En ineens een blaffer... En je denkt zo iets van... Hij is dood. We geven dat iets meer context. Die man staat aan het bed bij zijn vrouw, zijn eerste kindje. Wauw. Hij zegt, check hem even buiten. Veel erger. Waarom? Het is niet wie wat waar. Je hebt ineens... En soms, en dat is een regel, een tool, soms kun je dat in een thriller wel gebruiken. Je kent die persoon, je wordt vermoord en dat wordt dan het mysterie. Maar wij werken met zo weinig mogelijk mysteries. Want als je mysteries gaat creëren in een film, is dat meestal zoiets van... We weten niet wie we zijn. En dat wil je niet. Je wilt zeker in het begin bevestigend kunnen werken. Dus wie wat waar, Drie zinnen, tak, tak, tak. En wij moeten dat van elkaar weten? Ja, gewoon in je zin informatie geven. Basically. En tak, tak. En drie zinnen, en dan moeten we het weten. Op het einde moeten we de zin weten. Je speelt eigenlijk een heel kort seintje. Dat is het eigenlijk. Go. Heb je een nieuw schoen? Dat is al een vraag. Kijk, mijn nieuw schoenen. Wauw, heel mooi. Dat is wel een beetje vuil. Problem? Ja, dat is een probleem. Wie zijn we? Ja, ik wist dat toch al. Wie zijn we? We weten het niet. Je hebt al een probleem. Ik heb nu schoenen, maar ze zijn al vuil. Dat is slecht. Kak. Dat is nooit het interessantste probleem. En elk interessant probleem ontstaat in relatie. Alles is connectie met elkaar. Elk verhaal is connectie met iemand anders. Dus creëer eerst je verhaal. Eer dat je iets kunt omgooien. Er moet eerst iets zijn. We mogen wel nadenken. Ik heb de goeie zin, denk ik. Ik denk het. Yorrick, we zitten in Boekenborg. Het is toch wel leuk wat we aan het doen zijn met die improv? Vragen. Halve vragen. Ik kan alles straks nog opneuken met alleen maar vragen. Pas op. Ik had eerst iets anders in gedachten, maar... Het is heel moeilijk om die... Het gaat niet zo goed meer. Dat is moeilijk. En een probleem. En een probleem, dat is alle twee. Oké, we gaan even terug naar het begin. Ik heb nieuwe schoenen gekocht. Hoe kunnen we in die zin al een relatie duidelijk maken? Alexander, ik heb een nieuwe schoen. Maar Alexander is een naam en dat is nog heel laat. Het leukste is dat we elkaars namen niet gebruiken. Want als ik je Alexander, dan ben jij Alexander. Maar als ik je Tommaso, dan ben jij niet Tommaso. Dan ben jij niet zo'n Italiaan. Het is veel leuker om te spelen dan jezelf. Niet dat je jezelf niet interessant bent, maar Tommaso is veel beter. Of Jack. Oké, het is een maffiaverhaal. Het is goed. 70 procent. Dus... Wat zou hij van jou kunnen zijn? Gewoon in eerste instantie. Niet zo. Tegen wie vertelde je allemaal dat je schoenen had gekocht? Ja, mijn broer. Begin dan gewoon. Zeg broer. Broeder. Broeder is de priester. Geil. Broeder. Broeder Thomas. Amen. Ik heb nieuwe schoenen gekocht. Oké. Wat is er speciaal aan die schoenen? Zijn dat schoenen die je al heel lang wou? Mijn vorige waren heel oud. En de deze? Die wouden echt al heel lang? Ja, die zijn heel duur, heel mooi. Heel veel geld wagen. Zeg dat erbij, broer. Mijn vorige zongen waren volledig kapot. En ik heb gespaard en ik heb echt die nieuwe mocassins gekocht. Echt... En denk je dat er nog bij zich waren... Voordat we met onze moeder binnen gingen, Oh my God, zo... Je bent informatie aan het geven. Zonder... Er is nog maar één zin. Er is nog maar één zin. Er kan zoveel in de zin zitten en dat moet een spier worden. Gewoon... En dat is bevestigend. En wat is dat? Dat zijn allemaal cadeautjes voor hem. Voor zijn broer, bij onze moeder. En dan kun jij de watten nog bijen. Ik heb bloemen gekocht voor mijn verjaardag. Keileuk vieren. Twee zinnen. Eigenlijk kan dat ook in één, maar ik geef wel de drie. Zo makkelijk is het. En nu? Oh my god. In het begin is dat echt keiveel. Maar op een gegeven moment wordt dat in de karate... Wax on, wax off. Dat is deze. Dit doe ik met mijn leerling een halfjaar wekelijks drillen. Wekelijks drillen. Scijnen van drie. En soms komt daar een deur bij. Een deur kan veel zeggen. Een... Is een andere deur dan... Ja? En dat geeft ook al een plek aan waar. Dus je kunt in je decor al beginnen te zetten waar je bent. Als ik ineens naast jou kom staan en je zit aan de ene kant, zitten we waarschijnlijk in een Engelse auto, snap je? Aan de andere kant zitten we, maar we zitten allebei al zeker in een auto. Ja. En dat is het kleine shit dat je denkt, oké, de waarheid is duidelijk, we zitten in een auto. Ja. Waar we naartoe gaan, dat weten we meestal al naar ene zin. Of dat we er gewoon geraken, dat is het einde. En wie we zijn, dat kan een professionele relatie zijn, een familiale relatie. Maar zorg dat je elkaar kent. Als je iemand moet leren kennen, zijn we weer tien zinnen verder. Je start je scène op een bus, maar je stottert met die mens elke dag. Dat wil zeggen dat je al een relatie hebt. In de vorige geschiedenis, en wij gaan vanaf nu... de nageschiedenis laten zien. En omdat er een voorgeschiedenis is, kan het zijn dat er iets veel makkelijker ontstaat. Ik heb al heel lang iets gewild van jou. Ik ben al heel lang keiveel liefde op jou. De eerste keer dat we, omdat het zo koud en zwart was, dat we veel dichter bij elkaar stonden. Whatever. Eender wat. En er kan een vooruitzending ontstaan. Misschien gebeurt er iets met die liefde. Misschien wordt dat niet ons ding, maar we zien wel. Maar ik wist dat leer je gewoon. Oké? Go. Een nieuw verhaaltje. En alsjeblieft is het een nieuw verhaaltje. Wil je het opletten? Ga jij of ik? Ik ben aan het... De verhaal... Als jij het hebt. Ik heb denk ik wel iets. Schiet me niet neer. Ik moet zeggen wie wat waar. Hij komt binnen. Hij is de eerste. Jij moet luisteren. Luisteren en meegaan. Ik ben zo moeilijk. Het zal gewoon op jou afkomen, Yorrick. Zoek het niet te ver. Papa. De... Mama heeft gevraagd of ik u kwam halen om te gaan eten. Maar... Maar, dat is al een probleem. Dat is zo moeilijk. Papa, mama heeft je verwacht om nu te komen halen om te gaan eten. Ik zie dat je klaar bent. Ik zie dat je helemaal klaar bent. Maar het is weer dat vies... Nee, ik ben klaar. Kun jij nu zeggen dat je niet mee wil? Nee, ik ben klaar. Eindelijk. Oei, Hendrik. Oei, probleem. Ja, ik ben klaar. En voor wat gaan we eten? Waar gaan we eten? Waarom? De gelegenheid. Het is jouw, het was oma haar verjaardag zeker. Dat is een vraag. Het was oma haar verjaardag. Ik heb mooie bloemetjes gekocht voor haar. Ze gaat er heel blij mee zijn. Oké, zo simpel is het. Dat lijkt in het begin heel veel informatie. Dat is inderdaad zo raar om zo te beginnen. En hoe rap je in die maar zit. Hoe rap je in die nee zit. Dat is echt insane. Dat is onwaarschijnlijk, ook als je op bedrijf bent. Hoe rap die ideeën elkaar afblokken. We zitten in een brainstorm. We zitten in een brainstorm. Dat kunnen we doen, maar... Dat is al nee. Je kunt dat doen, maar het is een nee. Punt. Stop ermee. Ik ga niet oordelen over al die losse ideeën. Bijvoorbeeld. Oké, geen drempel. Talita, ik ben zo blij dat we die kast hebben gevonden. Nu gaan we lekkere balken in Ikea eten. Balkes? Jij weet toch dat ik geen balkes houd? Probleem. Instant. Dat zal niet zijn. Je weet ervan. Ik hou van balkes. Jij weet dat. Super. Ja, ik weet dat jij van balkes houdt. Jij bent een slettenbak. Oké, we zijn in Ikea. Maar ik hou niet van balkes. Dat is direct een probleem. Je bent getrouwd en je weet niet dat je van balkes houdt. Je gaat er gewoon niet mee. Omdat je misschien stikt in een balkje. Wat veel interessanter is dan... Ik vind dat niet lekker. Ga op avontuur. Stek de straat over en hop. En dat balkje dat blijft zitten, is de auto die van links naar rechts gaat. Oké? Heel mooi. Ik kan het uren. Hé, John. Ik heb de post voor jou bij. Oké. Wie is het, John? Op je werk? Dat is waar. Mag ik al aanbellen? Voor mij morgen. John, ben ik het? Kom je post brengen, gelijk elke maandag. Er zit iets heel speciaals bij deze keer. Dat zijn de giftige cadeautjes. Er zit iets in, iets unieks. Uniek. Nooit gezien. Dat zit erin. Er zit een brief van je dochter. Die is in het Latijn geschreven. Misschien even luid op voorlezen. Het is een codex. Die kun je alleen lezen terwijl je Michael Jackson nadoet. Ik probeer de klote af te trekken. Dat is goed gedaan. Je kunt dat doen als je weet wat zijn talenten zijn. Ja, dat is... En rijmen, whatever. Was jij een postbode? Ik ben een postbode, ja. Stap dat? Ah ja, oké. Maar ik ben koppas af, inderdaad. Assumption is the mother of all fuck-ups. Ik kan zo moeilijk zeggen dat ik niet jouw postbode ben. Maar als ik dat nu meega... Ding-dong, het is de vecteur. Weet je? Dat is een theatrale conventie. Dat is duidelijk. Je hebt elkaar lang. Ik kom net van de post. Je zit altijd aan het einde van mijn toren. Ik heb een keisgoed pakje voor je. Ik heb het al opengedaan. Die nieuwe tablet die je hebt gekocht. Ik lever dat niet. Dat is allemaal informatie. Dat is een simpele informatie. Dat is simpel, maar waarom is dat zo moeilijk? Dat is heel moeilijk. Dat is een spier. Die van ons is onderontwikkeld. Voorlopig. Jullie komen me allemaal les volgen bij mij. Dat zou kunnen. Goed. Even opnieuw. Geef die informatie. Iets anders, hè. Iets anders? Geen probleem. Probleemscenario is zo makkelijk. Kapitein, wat denk je? Zakken we? Nee, dat is een vraag. Het leuke is... Jij bent kapitein, het duikboot. Jij zit ten eerste, jij hebt alle macht. Jij kunt beslissen dat we gaan zakken. Jij kunt zelfs de kapitein zijn. En van dit verhaal, eerst te zien, ben jij de kapitein. Je bent de rol van de kapitein. Maar als je begint zo... Kapitein, we zitten op 3000 voet. We zijn gezakt. De Russische onderzoekers gaan ons nooit hervinden. Straight to America. Never. Dat is informatie. Willen we zakken? Nee, we gaan niet zakken. Oké. Elke vraag die je stelt, geeft je de macht om de ander om nee te zeggen. Ik pak dat nee gewoon weg. Je hoort ze zeggen. Het is er. En dan is het veel moeilijker om een nee te zeggen. We zijn gezakt tot 3.000 meter, kapitein. Jij bent geen duikboot. Dat moet je bijna helemaal niet zeggen. Dan kan je deze opties nog niet. Fuck it. Snap je? Je pakt de mogelijkheid van de nee bijna volledig af door in vragen te stappen. Het is moeilijk om de nee daar ook op te antwoorden. Ja, kom. Wat los, Yorrick? Haal de periscope in. We zakken naar 3000 voet. De Amerikanen hebben ons in het zicht. Met hun werkkijkers. Oké. Kapitein. Dat komt niet in orde. Ik wil daar de hele tijd een probleem tegen hebben. Nee, dat is niet nodig. Zakt eerst. Oké. De problemen komen nog. De periscope. Zakken, zakken, zakken. Oké, kapitein. We zitten op 3.000 meter onder de waterspiegel. Ik zie hier een paar heel mooie vissen en ook een gigantische kraken. Maar die gaat naar de andere kant. We hebben weer een probleem. We gaan... Het is de kraken. De kraken. De kraken is er niet. De verrekijker kan niet meer zien. Oké. Nieuw. Het is nieuw. Wacht. Taxi. Taxi. Ja. Wat gebeurt er? Voor mij naar het vliegveld. Ik moet hier weg. Mijn vrouw is veel te moeilijk, maar ik denk dat jij me wel binnen de vijf minuten op een of ander vliegveld kunt zetten, denk ik. Dat ik vlieg kan pakken naar Rio. Dat ik ook kan gaan pentalleren en kan zapen, meneer. Vijf minuten? Ik doe het in twee. Kom op. Oké. All right. Al veel positiever. Jij gaat eerdeel aankomen. Go. Magnezenier Stephan, ik heb hier deze kar hier staan met water dat moet aangevuld worden in mijn winkel. Kun jij dat alsjeblieft doen? Fuck, dat is een vraag. Jij moet dat doen, want de klanten willen heel graag dat water drinken. Dus kijk. Voor u doe ik alles. Je weet dat ik al langer een boontje voor je heb. Dat is weer iets... Kom hier, Serbijn. Goed gedaan op die carrière. Het naamgebruik. Hij is manager van een Albert Heijn. Weer van zijn bedje. Af en toe moet je het dichtbij zoeken. Waarom zou je het weer zoeken? Alles wat niet duidelijk is... We hebben de reactie gehad met die postbode. Dat is nu een-one-one. Wij zijn met drie die het niet weten. Er zitten honderd mensen in de zaal met honderds verschillende verhalen. Er zitten honderdsvijftig met honderdvijftig verschillende verhalen. Alles wat niet duidelijk is, is het publiek invullen. En dan krijgen we hele rare scènes. Ik dacht dat jij... Deze moeder... Alles wat niet duidelijk is, is... Een scène gaat niet mis in de tiende minuut. Een scène gaat mis in de eerste tien seconden. Die wordt dan gerokken tot de tiende minuut en daarom ploft het. De delingen zijn erin gelegd. Dus voordat je die problemen creëert en omgooit, moet je eerst... De wereld creëren. Dat is het leuke aan een improv, dat je een wereld creëert. Je kunt heel de ruimte genieten om die nog mooier en mooier te maken. En om in te zoomen. Dat is gevorderde. Voor het einde gaan we een improv game doen. Jullie gaan met twee spelen. De derde valt in als de andere een fout maakt. Deze ga jij keigoed doen. Alleen maar vragen. Alleen maar vragen, ja. Alleen maar vragen. Ik wil ook dat je het risico pakt om fout te maken. Nee, nee, nee. Dat is geen vraag. Fuck. Dan wisselen we, oké? Als je voorzichtig gaat spelen, ga je misschien wel een vraag stellen, maar je krijgt een veel minder leuk design. Maar je moet wel proberen in het spel. Ik moet random vragen stellen. Nee, je mag niet antwoorden. Je moet antwoorden met een vraag. Maar het moet wel sens maken. En het verhaal moet vooruitgaan. Ik ga je wel vergeeten. Waarschijnlijk gaan we daar in sukkelen. Waarom vraag je dat? Waarom wil jij weten dat ik dat wil weten? Waarom... En dan... Maar eigenlijk, de truc is om te zorgen... Bent u wel dokter? Hebt u mijn diploma niet gezien? Altijd verder durven gaan. Ja, en... Wederom. Maar in vraag. Nu ga ik geen vragen meer doen. Ik dacht dat ik fucked up was en toen dacht ik... Fuck een vraag. Dat is zo goed. Dus wij staan hier en jullie beginnen. We gaan nu ook een situatie maken. Je hebt een professionele relatie tussen die twee mensen. Jij mag dat kiezen. Ja. Ja, wat is de professionele relatie? Dat is het. Astronauten. Er zijn twee astronauten in de Space Shuttle. Die zijn onderweg naar het International Space Center. Oké. En speel misschien... Dan spelen we ook naar de camera toe. Dus we zitten allebei in die... En je kunt ook zo babbelen. En maakt er iemand een fout, dan worden de directors van je... Pro, hè. Die weten wat je wil. Ja. Go. Yorrick. Nee, pak de andere naam. Neel. Mohamed. Ja, ja. Op welke hoogte zitten we nu? Ik ben echt al druk. Go. Ik ben echt al druk aan het antwoorden. Kan je de hoogtemeter niet aflezen? Waar hangt hij nu weer? Heb je echt een bril nodig? Ja, ik denk dat ik wel een bril nodig heb. Nee, dat is veel te vaak. Had jij eigenlijk niet meegemogen op deze missie? Ik heb wel... Ik kan dat niet. Hoe lang heb jij hiervoor gestudeerd? Ik gestudeerd? Nee. Nee, allee. Wacht, oké. Heb jij wel gestudeerd? Ik kan het niet. Ik heb een kortsluiting. Heb jij de deur goed toegedaan? Welke deur? De deur van de Space Shuttle. Deur van wat? Welke deur? Ik heb het echt niet gehoord. Welke deur? Dat was Yorrick. Dat moest het worden. Dat was een vraag, of... De deur van de Space Shuttle, waar jij toch ook in zit? Nee. Dat was het ook niet. Dat de deur was toege... Waarom? Heb je de deur toegedaan? Ben je doof of zo? Je gaat weten of niks. Doof? Nee. Ik heb altijd doof. Ben je doof of zo? Kan je dat herhalen? Ben je doof of zo? Oké, cool. Laat hem staan. Stop, stop. Een heel leuke oefening om eens te doen met collega's. Dat is echt plezant. En je kunt echt wel verder raken. Welke deur heb je gevonden? Ik zit hier vast. Pak een nieuw item. Heb je die stil gezien? En je doet even... Gewoon even afleiden. Je zit in de... Zit je daar in je planeet de hele tijd? Is dat geen nieuw planeet? Heb je dat alarm gehoord? Ja, ook. Dat moeten we wel. Nu moeten we inderdaad... We zijn altijd hier twijfelen. Je mag alles zeggen, behalve ja of nee. Geen ja, geen nee. Dus duik elkaar ook uit met vragen. Moet ik enkel vragen? Nee, inderdaad. Je mag niet ja of nee zeggen. Dat wordt vervangen. En speel door. Deze oefening... De combinatie van vandaag. Deze scène, of deze spel, gaat erover Pak dat risico. Spring gewoon en voel je je aankomen, ontwijk hem. Want als je weer zo gaat praten, ga je niet aankomen. Nee, nee. Dus go. Maak die fouten. Go crazy. Go. Dat is toen nog. En nu zitten we in een speciaal. Dat is wel mooier. Dat is wel hangen. Ik ga deze nog even vastklikken, anders gaat dat niet gaan. Oké, bedankt. Zit jij goed vast? Ik zit goed vast. Ik zit goed vast. Naar welke planeet gaan we nu weer? Mars. Maar we gaan wel langs de route voorbij Jupiter. En dan gaan we langs de zon passeren. Oké. Ik voel dat ik al naar het toilet moet beginnen. Is dat een probleem? Ik heb geen pot bij me. Ik heb geen gedachte aan uizen. Mag ik daarop gaan? Ja. Go, go, go. Mag ik daarop gaan? Ik heb ook een luier voorzien. Dat vind ik een beter idee. Ik denk dat dat voor jou... Ik heb wel een maxi-luier voor jou. Is dat goed? Voor mij is dat zeker goed, maar heb je niet al een luier aan? Ik heb sowieso een afzuigsysteem, maar ik weet niet naar waar het loopt. Gaat dat niet in de ruimte? Zoals bij een boot? Misschien. Ik denk dat wel. Dan kunnen we hem voorbijvliegen, terwijl we erdoor vliegen. Op de weg naar Mars, dat zou wel graag zijn. Of we kunnen hem meenemen als cadeau aan de Marsmannetjes. Dat zal hem misschien overstijven. Dat zal een klomp zijn. Een klompje, ja. Een klompje kijk. Kunnen we hem boetseren? Jij hebt ja gezegd. Kunnen we boetseren, dat kakje? In een beeldje om mee te pakken aan de kinderen. Een beeldenis van Conchita. Conchita-worst. Een worst. Een worst, inderdaad. Inderdaad. Een woorst. Ik zie maar ze daar al opkomen. We zijn er bijna, denk ik inderdaad. Ja, oké. Kunnen we een beetje versnellen? Er staan wel flitsers rond, maar ze hebben gehoord. Tot hoe snel gaan de ideeën? Oké, goed. We zijn altijd bezig. We gaan een nieuwe scène opstarten. En elke keer dat ik klap, Veranderde uw laatste zin, woord, suggestie? Papa, ik ben gisteren naar het cinema geweest. Ik ben daar... Ik ben gaan poepen met mijn lief. Forever. Elke keer als ik klap, veranderde dat. Nu is het echt snel gegaan. En ik durf ook poep, poep, poep te gaan. Ik ben naar het cinema geweest. Ik heb een hond doodgereden. Echt compleet... Andere shit, totdat ik tevreden ben. Moet ik ja en nee zeggen? Alles mag. Oké? Anders... Ja. Jullie zijn twee collega's die aan het werken zijn aan een nieuw bouwproject. Ja. Dus als je hier die zuil weghaalt en hierin zet... Yorrick, zie jij dat knap grietje daar? Yorrick, zie jij die knappe bommen daar? Yorrick, geen Yorrick. Yorrick, zie jij die knappe bommen daar? Hé collega, zie jij die knappe jongen daar? Amai, zie je, dat is wel een chique PlayStation, hè? Amai, dat is wel echt een heel grappig kastje. Amai, ik moet echt naar de toilet. Ik heb huilen. De Dixie-toiletten worden geleverd. Je moet nog een half uur volhouden, denk ik. Als dat nog gaat. Nog juist. Ik ken het even zo... Ik zie het van het bruin zien. Het is vervelend. Ik rook het ook wel een beetje. Maar je gaat het kunnen inhouden. Als jij niet te lang bezig blijft... Ik wil nog één dingetje van u vragen. Deze deur hier, moet die... Ik wil een dingetje van je vragen. Moeten we deze huis echt bouwen? Ik wil een dingetje van je vragen. Moeten we met de... Moet de parking... Ik heb met mijn vrouw... Ja. Nee. Nee, maar jij wel, of wat? Ja, ik dacht dat ik fout had. Nee, maar de buurman misschien wel. Of de postbode, of de leerkracht. Ik ga gewoon ja zeggen, vriend. Ja, oké. Sorry, ik zit er wel wat mee. Ik vind het vervelend. Nee, daarom betaal ik je ook. Dat is oké. Dat heb ik precies niet afgesproken op voorhand. Maar heb jij ervan genoten? Heeft zij ervan genoten? Hebben mijn kinderen nu zijn bieden gekocht? Heb jij daarna ook het bed proper gemaakt? Ben jij daarna op mijn wc gaan kakken? Heb jij daarna... Ik heb sporen gevonden. Onze hond is ook zwanger. Oké, heren. Dank je wel. Goed. Dat is heel goed op het einde. Amai. Je voelt ineens dat je verandert van suïstisch en je gaat gek. Ineens wordt dat veel leuker. Die eerste instantproblemetjes. Dat is niet interessant. Nee, de buurman... Ja, ik. Veel interessanter. Daarom is... Ja, ik... Jij hebt mij gevraagd... Ja. Ik twijfel zelfs niet. Het was gewoon... Het is veel interessanter. Ik wil niks met je te maken hebben. Ik spring daarin. Ik kijk de straat over en laat dat allemaal komen. Dus daarom word je zo veel interessanter. Je hebt nu... Heel zachtjes mogen proeven wat het kan zijn. We doen het maar heel kort. Maar het is zo leuk, omdat je met deze basistechnieken... Dat is gewoon even het einde. ...gewoon een wereld van fantasie opent. Die is eindeloos in fantasie als je een partner hebt waarmee je kunt staan. Het was echt heel spannend. Dus even... Nu is het een grote plugmoment. Is dat een plugmoment? Want als mensen dit nu willen beginnen te doen... Dat kan in de academie in Ekeren. Gewoon online gaan kijken. Op dinsdagavond is dat. Als je op dinsdagavond niet zou kunnen, je kunt aankloppen bij de Belgische improvisatieliga, dat is Build.be, daar ben ik niet meer. Ik ben er heel lang artistiek leider geweest en nog artistiek raadgever. Maar er kun je ook, www.build.be, een beetje een andere vorm, maar een heel goede lessenreeks. Je kunt dat ook als hobby doen. En als je stand-up comedy wil doen, dat kan ook bij mij in de academie op maandagavond. Maar bij beide snel inschrijven. Ja, snel vol. Als het vol is, is het vol. Is elk jaar een nieuw jaar? Nee, er vallen er af. Die zijn afgesloten, er komen er nieuwe bij. Ik stop op max vijftien. Dus meer dan dat. Het zit vol. Oké. En als ze u meer willen zien? Gewoon gerondewulf.be. Kom naar shows kijken. Of niet. Dat maakt mij niet veel uit. En je hebt ook nog een podcast? Ja, de Vierkante Paal over Antwerpen. Hopla. Ik heb nog een oude podcast aan die heel goed is gelopen, een paar jaar geleden. Niet zo serieus als sprookjes. Ik vertel telkens sprookjes met een gast, volledig geïmproviseerd. Het duurt zeven minuten, het zijn sprookjes voor volwassenen. Op Spotify stonden er 80 op. We hadden meer dan een miljoen beluisteringen. Dat is heel goed. En dan was het corona. En dan was het corona. Oké, voilà. Check her out. Ze staan ook in de beschrijving bij de aflevering. Zet ik dat er nu wel in? Nee, ga je dat erin zetten? Ja, tuurlijk. Bedankt... Ja, graag gedaan. ...om dit met ons te doen. We vonden het megainteressant. We zouden nog uren kunnen verdergaan. Ja, ik vind het superinteressant. Een tikkie merci voor uw tijd. Het was echt leuk. En dit was het voor Wabliefteru? Voor deze aflevering. Volgende week zijn we terug met een saaie, normale aflevering. Je kan er nog eens terugkomen als gast. Je moet altijd eens langskomen in de gewone vorm. Als je een onderwerp hebt, heb je er zelf iets over. Nog iets anders. Het is heel atypisch. Ik hou van atypisch. Ik hou van onderwerpen. Misschien. Volgende week de keuze, of niet? Ik denk aan mij. Je weet nog niet wat je gaat doen. Absoluut niet. Improvisatie. Dat doe ik wel. Dat lijkt me niet zo onbehoorlijk. All right. Dat was het voor deze week. Ik was binnen. Ik was hier niet alleen. Ik was hier ook met... Alexander. Stephan. En ik was hier ook met... Geron. Geron. Bye. Ciao. Het zit erop. En bedankt, Lennert. Bedankt voor het opnemen. Goed gedaan, Lennert. Dank je wel.