66 - De mysterieuze moord in kamer 1046
Door Yorrick • 31 juli 2022
Over deze aflevering
In de jaren 30 gebeurde er iets heel mysterieus in het Hotel President in Kansas City... Een mysterieuze man werd op mysterieuze mensen aangevallen in een mysterieuze kamer... Zin in een goed mysterie? We gotchu bae!
Inhoud
Welkom bij een duik in een van de meest bizarre en onopgeloste mysteries uit de geschiedenis van Kansas City. Wat begon als een routinecontrole in het luxueuze Hotel President, eindigde in een gruwelijke ontdekking en een kluwen van vragen die tot op de dag van vandaag onbeantwoord blijven. We nemen je mee naar 4 januari 1935, de ochtend waarop het noodlot toesloeg in kamer 1046.
De raadselachtige gast
Het verhaal begint eigenlijk al twee dagen eerder, op 2 januari 1935, wanneer een jongeman incheckt onder de naam Roland T. Owen. Hij vraagt specifiek om een kamer niet op het gelijkvloers. De piccolo, Rudolf Propst, herinnert zich dat de gast er goed gekleed uitziet, maar opvallend genoeg geen bagage bij zich heeft. Enkel een haarborstel, kam en tandpasta. De man heeft een opvallend litteken op zijn slaap en een zogenaamd 'bloemkooloor', wat het personeel doet vermoeden dat hij misschien een bokser of worstelaar is. Hij praat netjes en lijkt begin de twintig te zijn, afkomstig uit Los Angeles.
Kamermeisje Mary Soptic heeft de volgende dagen verschillende vreemde ontmoetingen met de gast van kamer 1046. De eerste keer vindt ze hem zittend in het schemerige licht, gordijnen dicht, met maar één lamp aan. Hij vraagt haar de deur open te laten voor vrienden. Later die dag treft ze hem opnieuw aan in het donker, zwijgend op zijn bed, met een briefje naast hem: “Don, ik ben over een kwartier terug. Wacht.” De volgende ochtend, hoewel de deur van buitenaf op slot is gedraaid, is hij weer binnen, in het donker. Ze hoort hem aan de telefoon praten: “Nee, Don, ik wil niet eten. Ik heb geen honger. Ik heb net ontbeten.” Soptic krijgt het gevoel dat de jongeman bang is of op de vlucht voor iemand. Diezelfde namiddag keert ze nog eens terug en hoort twee mannenstemmen achter de deur. Een onbekende, diepe stem wijst haar bruskt de deur als ze schone handdoeken wil brengen, hoewel ze zeker weet dat die nodig zijn.
In diezelfde nacht hoort een gast in een aanpalende kamer luide stemmen, vloeken en ruzie tussen een man en een vrouw uit kamer 1046.
Een gruwelijke ontdekking en onbeantwoorde vragen
Dan komen we weer aan op 4 januari. De schakelbordbediende merkt dat de telefoon van kamer 1046 al uren van de haak is. Piccolo Rudolf Propst wordt gestuurd om dit te controleren. Hij klopt op de deur, hoort “Kom binnen en doe het licht aan”, maar de deur is van binnenuit op slot. Propst denkt dat de gast dronken is, roept hem toe de telefoon op te hangen en gaat weer naar beneden. Een uur later wordt een andere piccolo, Harold Pike, gestuurd. Hij heeft een sleutel en laat zichzelf binnen. Hij vindt de man naakt en dronken op bed, in het donker. Hij ziet donkere vlekken op het bed. Zonder het licht aan te doen, vindt hij de telefoon op de grond, koppelt hem weer aan en verlaat snel de kamer.
Twee en een half uur later is het indicatielampje weer aan. Rudolf Propst wordt voor de tweede keer naar boven gestuurd. Deze keer opent hij de deur met zijn sleutel. De scène die hij aantreft, is schokkend. Hij vindt de jongeman op zijn knieën en ellebogen, met zijn hoofd in zijn handen. Er is bloed op zijn hoofd, de muren, het bed en in de badkamer. Propst vlucht de kamer uit en haalt de assistent-manager. Samen worstelen ze om de deur te openen, want de man ligt ertegenaan. De jongeman blijkt nog te leven en kroop uiteindelijk zelf weg achter de deur. Ze vinden hem in de badkamer, zittend op de rand van het bad.
De politie en een dokter arriveren. De toestand van de man is kritiek: hij is vastgebonden met touwen rond zijn nek, polsen en enkels. Zijn nek is zwaar gekneusd, er zijn meerdere steekwonden in zijn borstkas (één boven het hart die een long doorboorde) en zijn schedel is gebarsten. Er zijn zelfs bloedspatten op het plafond. Op de vraag wie dit heeft gedaan, antwoordt hij simpelweg: “Niemand.” Hij beweert te zijn gevallen en zijn hoofd aan de badkuip te hebben gestoten. De man verliest het bewustzijn op weg naar het ziekenhuis en sterft kort na middernacht op 5 januari 1935.
Het daaropvolgende politieonderzoek roept alleen maar meer vragen op. Het bloed duidt erop dat de aanval tussen 4 en 5 uur 's morgens heeft plaatsgevonden. Er zijn geen kleren, zeep, shampoo of handdoeken van het hotel meer in de kamer. Er is ook geen wapen gevonden, wat zelfmoord uitsluit. Al snel wordt duidelijk dat de naam Roland T. Owen een alias is; de man is onbekend bij de politie in Los Angeles.
Na twee maanden zonder identificatie plant de stad een anonieme begrafenis. Dan komt er een bizar telefoontje naar het uitvaartcentrum. Een anonieme beller vraagt om uitstel van de begrafenis en regelt dat het lichaam op Memorial Park Cemetery, nabij “zijn zuster”, wordt begraven. De beller onthult een motief: Owen had een affaire terwijl hij verloofd was met een andere vrouw. De twee vrouwen en de beller hadden een ontmoeting geregeld in het hotel om wraak te nemen. “Bedriegers krijgen meestal wat ze verdienen”, aldus de beller. Het geld voor de begrafenis, en zelfs voor dertien American Beauty-rozen, arriveert anoniem. De politie kan de telefoontjes en enveloppen niet traceren.
En dan, maanden later, identificeert Ruby Ogletree haar zoon Artemus Ogletree (17) aan de hand van foto's in de krant. Hij had een duidelijk litteken op zijn voorhoofd van een brandwond uit zijn jeugd. Het meest verbijsterende? De familie ontvangt brieven van Artemus na zijn dood, de eerste in februari 1935, de tweede twee maanden later, en zelfs een telefoontje in augustus waarin wordt beweerd dat hij leeft, getrouwd is met een rijke vrouw in Caïro, Egypte. Dit maakt het verhaal alleen maar mysterieuzer.
Tot op de dag van vandaag blijft de moord op Artemus Ogletree, de jongeman in kamer 1046, een onopgelost mysterie. Niemand werd ooit gearresteerd of veroordeeld. Wat er precies in die hotelkamer is gebeurd, en wie erachter zat, blijft een huiveringwekkend raadsel.