61 - De meedogenloze maffia van New York
Door Yorrick • 26 juni 2022
Over deze aflevering
Een jonge Johnny Depp speelde ooit Donnie Brasco, een FBI agent die diep infiltreerde in de maffia van New York! Stephan vertelt over de vijf grote maffia families die alle touwtjes in handen hebben in de Big Apple, luisteren naar deze aflevering is een offer you can't refuse! And you don't even think to call me Godfather!
Inhoud
Stap binnen in de schimmige wereld van de New Yorkse maffia, een onderwerp dat even fascinerend als angstaanjagend is. Deze week duikt Wabliefteru? Podcast in de geschiedenis van deze beruchte georganiseerde misdaad, van zijn Siciliaanse wortels tot de beruchte 'Vijf Families' die ooit de straten van de Big Apple domineerden. Denk aan films zoals Donnie Brasco, waarin Johnny Depp een FBI-agent speelde die diep infiltreerde in deze complexe structuren – een verhaal dat dichter bij de werkelijkheid ligt dan je misschien denkt.
De maffia, ook wel 'Cosa Nostra' ('ons ding') genoemd, vond zijn oorsprong in het 19e-eeuwse Sicilië. Toen het feodale systeem van adel en ridders werd afgeschaft, ontstond er een machtsvacuüm. De politie kon de orde niet handhaven, waardoor banditisme toenam. Adellijke families begonnen kleine groepen in te huren voor bescherming, die op hun beurt 'tol' eisten van de bevolking. Dit concept van 'bescherming' – vaak tegen problemen die de beschermers zelf creëerden – werd door Italiaanse immigranten meegebracht naar de Verenigde Staten. Met de drooglegging in de jaren 1920, die de alcoholhandel verbood, vond de maffia haar meest lucratieve inkomstenbron in de smokkel van drank. Na het einde van de drooglegging in 1933 diversifieerde hun imperium zich naar gokken, geld uitlenen tegen hoge rentes, prostitutie, afpersing, witwassen en huurmoorden. De FBI schatte de jaarlijkse winsten in 2002 op maar liefst 50 tot 90 miljard dollar.
De Vijf Families van New York: Een Diepere Duik
De New Yorkse maffia werd uiteindelijk gedomineerd door vijf families: de Colombo, Bonanno, Gambino, Genovese en Lucchese families. Om bloedige bendeoorlogen te voorkomen, richtte Charlie "Lucky" Luciano, de baas van de Genovese familie, een overkoepelend bestuursorgaan op: de Commissie. Hier bespraken de bazen de familieproblemen en probeerden ze conflicten te beperken.
De Colombo-familie, de jongste van de vijf, doorstond drie bloedige interne oorlogen. Joseph Colombo, die opkwam voor de Italiaans-Amerikaanse cultuur, werd in 1971 neergeschoten. De onderbaas, John "Sonny" Franzese Senior, was een van de oudste maffialeden ooit en stierf op 103-jarige leeftijd, berucht om zijn advies over moordtechnieken.
De Bonanno-familie kreeg een zware klap te verwerken door de infiltratie van FBI-agent Joe Pistone, bekend onder zijn alias Donnie Brasco. Tussen 1976 en 1981 werkte Pistone jarenlang undercover als juwelendief, gesteund door zijn kennis van edelstenen en vloeiend Italiaans. Zijn mentor, Benjamin "Lefty" Ruggiero (gespeeld door Al Pacino in de film), nam hem onder zijn vleugels. Toen Pistone een 'made man' zou worden door een moord te plegen, beëindigde de FBI de missie. Pistone's bewijsmateriaal leidde tot honderden aanklachten en veroordelingen. Zijn undercoverwerk was zo succesvol dat de Bonanno-familie tijdelijk uit de Commissie werd gezet en een prijs van 500.000 dollar op zijn hoofd werd gezet. Uiteindelijk werd zelfs de Bonanno-baas, Massino, een informant om zijn eigen doodstraf te ontlopen.
De Gambino-familie groeide uit tot de machtigste, verantwoordelijk voor de moord op Joseph Colombo. John Gotti riep zichzelf in 1985 uit tot baas na de moord op zijn voorganger. Gotti stond bekend als de 'Dapper Don' vanwege zijn dure kleding en media-aandacht, en later als de 'Teflon Don' omdat aanklachten nooit aan hem leken te blijven plakken. Uiteindelijk werd hij in 1990 gearresteerd dankzij elektronische surveillance en de getuigenis van zijn onderbaas, Sammy Gravano. De Gambino's werden ook in verband gebracht met drugshandel en mensenhandel, een stap verder dan de traditionele maffiapraktijken.
De Genovese-familie, ook wel de 'Ivy League' van de misdaad genoemd, was de meest succesvolle en machtige, met een reputatie voor loyaliteit. Baas Vincent "The Chin" Gigante veinsde jarenlang krankzinnigheid door in een badjas door New York te zwerven en onophoudelijk te mompelen, om zo de aandacht van de politie af te leiden. Zijn eigen familieleden mochten zijn naam niet uitspreken. Hij stierf uiteindelijk in de gevangenis.
De Lucchese-familie, hoewel de kleinste, was de op twee na machtigste. De jaren 90 waren bijzonder bloedig onder leiding van Amuso en Casso, wiens moordlust leidde tot zoveel angst en paranoia dat leden informanten werden. Dit resulteerde in de arrestatie van bijna de hele familie, inclusief het gebruik van corrupte NYPD-agenten voor moorden.
Beroemde Momenten en de Mafia Vandaag
Twee andere opmerkelijke gebeurtenissen waren de Appalachian Meeting in 1957, een grote top van Amerikaanse maffiabazen die abrupt eindigde door een politie-inval, en de Lufthansa-heist in 1978 op JFK Airport. Deze laatste was de grootste geldroof op Amerikaanse bodem destijds, met 5,875 miljoen dollar aan contant geld en juwelen. Jimmy Burke van de Lucchese-familie werd beschouwd als het brein, en zou negen moorden hebben gepleegd om alle betrokkenen het zwijgen op te leggen. Het geld en de juwelen werden nooit teruggevonden.
Vandaag de dag bestaat de maffia nog steeds, zij het op een veel lager pitje. De gloriedagen van openlijke macht en invloed zijn voorbij. In steden als New York is hun aanwezigheid minder zichtbaar en invloedrijk dan vroeger. Het concept van loyaliteit binnen de familie is afgenomen, en vaders ontmoedigen hun zonen vaak om in de misdaad te stappen. De tijden zijn veranderd, en hoewel de maffia niet is uitgestorven, opereert ze nu veel meer in de schaduwen, ver weg van de filmische heroïek van weleer.