52 - Ijspriem in je oog en je bent gelukkig
Door Yorrick • 17 april 2022
Over deze aflevering
De beste remedie tegen een depressie is luisteren naar Wabliefteru! Maar toen er nog geen Wabliefteru bestond moesten ze iets wat extremere behandelingen proberen. De lobotomie was daar één van en misschien niet de beste... hoewel de uitvinder ervan misschien dacht van wel. Zoals ze soms wel eens zeggen: "The road to hell is paved with good intentions".
Inhoud
De "Wabliefteru? Podcast" dook deze week in een van de meest controversiële medische behandelingen uit de geschiedenis: de lobotomie. Hoewel de uitvinders ervan dachten dat ze mensen konden helpen met ernstige psychische aandoeningen, bleek deze ingreep vaak meer kwaad te doen dan goed. Maarten vertelde hoe men, met de beste bedoelingen, een pad naar ellende plaveide voor vele patiënten.
Een drastische oplossing voor mentale problemen
Al rond 1880 werd er geëxperimenteerd met het chirurgisch aanpassen van de hersenen. Gottlieb Burkhardt, een Zwitserse psychiater, verwijderde delen van de hersenen bij patiënten met waanideeën en psychoses. Zijn doel was om hen te genezen, vooral degenen die een gevaar waren voor zichzelf of anderen. De resultaten waren wisselend: sommigen stierven, anderen pleegden later zelfmoord, maar enkele patiënten werden wel rustiger. Dit gaf de aanzet voor verdere, zij het beperkte, experimenten.
De ware "doorbraak" kwam in 1935, na onderzoek op chimpansees. Het scheiden van de prefrontale kwab (het voorste deel van de hersenen) en het zenuwstelsel leek negatieve gedragingen te verminderen. Kort daarna werd dit ook bij mensen geprobeerd. Eerst boorde men gaten in de schedel en injecteerde men pure alcohol om de zenuwen te verdoven en af te scheiden. Dit was een permanente en toxische ingreep, vaak uitgevoerd op mensen bij wie alle andere opties waren uitgeput.
De opkomst en val van de lobotomie
De lobotomie bereikte een piek in populariteit dankzij de Amerikaanse neuroloog Walter Freeman. Hij zag de lobotomie als de ultieme oplossing voor psychische aandoeningen en wilde de "gekkenhuizen" leegmaken. In 1945 ontwikkelde hij een nieuwe, snellere en goedkopere methode: de transorbitale lobotomie. Deze procedure werd onder lokale verdoving uitgevoerd. Een lang, stevig voorwerp, zoals een ijspriem, werd tussen de oogbol en het ooglid gestoken, schuin naar boven gericht. Na het doorbreken van een dun botje met een hamertje, werd de priem in de hersenen gemanoeuvreerd en heen en weer bewogen om de zenuwbanen in de prefrontale kwab te doorsnijden. Dit gebeurde aan beide ogen.
Freeman voerde deze ingreep duizenden keren uit. De resultaten waren echter onvoorspelbaar. Sommige patiënten overleden, anderen raakten verlamd, en velen werden apathisch of veranderden in "planten", beroofd van hun persoonlijkheid en emoties. Een tragisch voorbeeld hiervan is Rosemary Kennedy, de zus van president John F. Kennedy, die na een lobotomie op jonge leeftijd permanent gehandicapt raakte.
De populariteit van de lobotomie nam sterk af in de jaren 1950, mede door de introductie van nieuwe medicijnen zoals antidepressiva. Hoewel lobotomie nu extreem zeldzaam is en alleen in zeer uitzonderlijke, berekende gevallen wordt overwogen (en dan met moderne beeldvorming), toont het de drastische, soms gruwelijke, pogingen die in het verleden werden gedaan om mentale ziekten te behandelen. Het is een pijnlijk voorbeeld van hoe goedbedoelde intenties kunnen leiden tot onvermijdelijk leed.