51 - De WTF marathon
Door Yorrick • 10 april 2022
Over deze aflevering
In 1904 vond de beruchtste olympische marathon allertijden plaats in Amerika. Hoe zo veel kon mislopen tijdens één loopwedstrijd weet niemand maar het leverde wel een goeie aflevering op van een podcast met vier jongens die soms wat rum drinken.
Inhoud
In 1904 vond in St. Louis, Amerika, een marathon plaats tijdens de Olympische Spelen die de geschiedenisboeken in zou gaan als de meest beruchte ooit. Het was een bloedhete augustusmiddag met 28 graden, en de 32 deelnemers stonden klaar voor een race die meer weg had van een overlevingstocht dan een sportevenement.
De marathon maakte deel uit van de Wereldtentoonstelling van 1904. James E. Sullivan, het hoofd van de organisatie, had controversiële ideeën. Hij wilde de Spelen gebruiken om de superioriteit van blanke Amerikanen te tonen en organiseerde zelfs ‘antropologie-dagen’ waarbij niet-blanke mensen in onbekende sporten moesten strijden. Zijn theorieën over bewegingswetenschap waren al even vreemd: hij geloofde in “doelbewuste uitdroging”, wat betekende dat de atleten bijna geen water mochten drinken tijdens de race. Op het hele parcours was er slechts één waterpost, op 19 kilometer. Bovendien liepen de renners door stoffige, onverharde wegen, vaak omringd door stofwolken en uitlaatgassen van de begeleidende auto’s en ruiters. De officiële marathonafstand van 42.195 kilometer, zoals we die nu kennen, werd pas later definitief vastgesteld in 1920. De legende wil dat de naam ‘marathon’ komt van een Griekse soldaat die 35 kilometer liep van Marathon naar Athene om een overwinning te melden.
Valsspelers, rattenvergif en een dutje onderweg
De race van 1904 kende een reeks ongelooflijke incidenten. Fred Lorz nam al vroeg de leiding, maar halverwege de race kreeg hij last van krampen. Hij besloot de auto van zijn coach in te stappen en reed 18 kilometer mee. Vervolgens stapte hij uit en liep de laatste kilometers het stadion binnen, waar hij als eerste over de finish kwam. Net toen de dochter van president Theodore Roosevelt hem wilde kronen, werd zijn valsspelen onthuld. Lorz werd gediskwalificeerd en kreeg een levenslange ban op marathons in Amerika – een ban die minder dan een jaar duurde, want in 1905 won hij de Boston Marathon.
De echte winnaar, Thomas Hicks, had ook een bizarre race. Uitgeput en hallucinerend door uitdroging, smeekte hij zijn trainers om water. Maar volgens Sullivans theorieën was dat verboden. In plaats daarvan kreeg Hicks twee doses van een mengsel van eiwit, 1 milligram strychnine sulfaat (een stof die in hogere doses rattenvergif is, maar in kleinere doses een stimulerend middel – en tegenwoordig doping) en later ook cognac. Zijn trainers moesten hem praktisch over de finishlijn sleuren. Hicks won in 3 uur en 28 minuten, de langzaamste winnende tijd in de Olympische marathon-geschiedenis. Na de race was hij zo uitgeput dat hij zijn medaille vergat op te halen en 4 kilo was afgevallen.
Andere deelnemers hadden het ook zwaar. William Garcia stortte in bij 19 kilometer, hoestte bloed op en moest worden geopereerd aan een geblokkeerde slokdarm en gescheurde maagwand door het stof en de uitdroging. Félix Carvajal, een Cubaanse postbode die zijn reis had gefinancierd door op straat kunstjes te doen, gokte zijn geld weg in New Orleans en moest liften naar St. Louis. Hij liep de marathon in een overhemd met lange mouwen, een lange broek en zware schoenen. Onderweg stopte hij om met toeschouwers te praten, stal hij een perzik en at hij rotte appels, waarna hij een dutje deed langs de weg. Wonderbaarlijk genoeg eindigde hij als vierde. Zelfs de Zuid-Afrikaanse loper Len Taunyane, die barrevoets liep, werd onderweg een kilometer van de route gejaagd door een roedel wilde honden, maar eindigde toch als negende.
Van de 32 gestarte lopers haalden slechts veertien de finish. Deze marathon is een treurig voorbeeld van een evenement waar bijna alles misging, van het parcours en de regels tot de bizarre acties van de deelnemers zelf.