5 - Mount St. Helens vulkaanuitbarsting
Door Yorrick • 22 maart 2020
Over deze aflevering
44924828 dagen zonder vulkaanuitbarstingen... tot 18 mei 1980. In de USA barst Mount St. Helens uit en dit is het verhaal van een paar overlevenden en een paar niet overlevenden.
Inhoud
In 1980 schudde de Mount St. Helens vulkaan in de Amerikaanse staat Washington de wereld wakker met een ongekende uitbarsting. Het was al 123 jaar geleden dat deze berg nog tot leven kwam, en de gevolgen waren dramatisch. De explosie eiste tientallen levens en staat bekend als de ergste vulkaanuitbarsting in de geschiedenis van de Verenigde Staten.
Op 27 maart 1980 begon de vulkaan te rommelen. Magma steeg, een ijslaag smolt en er ontstond een stoomexplosie. Een pluim van 2,1 kilometer hoog schoot de lucht in, wat de aandacht trok van wetenschappers. Een van hen was vulkanoloog David Johnston. Hij zette een kamp op in de buurt om de berg te volgen. Al snel merkte hij een grote verdikking aan de zijkant van de berg op, veroorzaakt door magma. David voorspelde dat de uitbarsting niet recht omhoog zou gaan, maar zijwaarts zou exploderen. Dankzij zijn waarschuwing werden 2000 mensen geëvacueerd en een rode zone van 16 kilometer rond de berg ingesteld, wat veel levens heeft gered. David Johnston stierf zelf tijdens de uitbarsting; 'Vancouver, Vancouver, this is it', waren zijn laatste woorden. Harry Glicken, een collega die Davids shift had overgenomen, was ontroostbaar en stierf elf jaar later ook bij een vulkaanuitbarsting in Japan. Het zijn de enige twee vulkanologen die tot nu toe zijn omgekomen bij een uitbarsting.
Niet iedereen verliet de rode zone. Harry Truman, een 83-jarige veteraan, weigerde zijn huisje aan de voet van de berg te verlaten. Hij geloofde niet dat de vulkaan zou uitbarsten en kwam om toen de gloedwolk zijn huisje in 22 seconden wegvaagde. De student Keith Runholm glipte stiekem de gevarenzone binnen om foto’s te maken. Hij werd wakker van de explosie en vluchtte in zijn auto, terwijl hij over zijn schouder nog foto’s maakte. De aswolk haalde zijn auto in, maar hij overleefde door samen met anderen de weg te zoeken in het donker. Op 17 kilometer afstand, net buiten de rode zone, waren houthakkers aan het werk. Jim Schimanski en zijn collega’s hoorden de explosie niet door het lawaai van hun gereedschap, maar moesten vluchten voor de naderende aswolk. De hitte was zo intens dat hun handschoenen smolten. Jim en één collega werden gered door een helikopter, maar de collega overleed aan zijn verwondingen. De twee andere collega’s werden nooit teruggevonden. Ook fotograaf Reed Blackburn van National Geographic, op 12 kilometer van de top, kwam om het leven. Hij stierf toen hij zijn camera en notitieboekje beschermde, waardoor zijn waardevolle foto’s van de ramp bewaard bleven.
De impact van de uitbarsting
De explosie op 18 mei 1980 had de kracht van 150 Hiroshima-atoombommen en schoot een aspluim tot wel 24 kilometer hoog de lucht in, veel hoger dan waar vliegtuigen vliegen. Asregens bereikten elf Amerikaanse staten en twee Canadese provincies. De aswolk trok in twee weken de hele wereld rond, en zelfs in Europa waren de stofdeeltjes meetbaar. De thermische energie van de ontploffing was gelijk aan 26 megaton TNT.
Door de enorme hitte smolt het ijs en de sneeuw op de berg, wat zorgde voor verwoestende modderstromen die tot 80 kilometer landinwaarts reikten. Deze stromen vernietigden bomen, huizen en complete dorpen. De totale schade bedroeg destijds 1 miljard dollar, wat vandaag de dag neerkomt op zo’n 3,4 miljard dollar. De Mount St. Helens kreeg zijn naam van ontdekkingsreiziger George Vancouver, die de berg vernoemde naar zijn Britse vriend Baron St. Helens.
Vandaag de dag is het gebied rond de Mount St. Helens een indrukwekkend natuurreservaat waar de natuur na de ramp vrij spel kreeg. De vulkaan is nog steeds actief, al wordt verwacht dat een volgende grote uitbarsting pas over minstens 100 jaar zal plaatsvinden. De film Dante's Peak is gebaseerd op de beelden en gebeurtenissen van deze historische uitbarsting.