27 - Gander, de stad die verdubbelde in 1 nacht
Door Yorrick • 3 oktober 2021
Over deze aflevering
Naast het noord-oostelijke puntje van Noord-Amerika, op een eiland dat Newfoundland heet ligt een vliegveld. Het was ooit een van de grootste vliegvelden ter wereld. En ernaast ligt een stadje genaamd Gander. Wanneer de wereld stil stond en het kwaad eventjes leek te zijn gewonnen lieten deze Canadezen zien wat echte compassie is.
Inhoud
Op een eiland voor de kust van Canada ligt Gander, een klein stadje met zo’s 9000 inwoners. Ooit was het de thuisbasis van een van de grootste vliegvelden ter wereld, maar die gloriedagen waren al lang voorbij. Tot 11 september 2001. Op een dag die de geschiedenisboeken inging als een van de donkerste, liet dit kleine stadje zien waartoe mensen in staat zijn als ze hun hart openstellen.
De wereld staat stil
Toen op 11 september 2001 de aanslagen op het World Trade Center in New York plaatsvonden, werd een beslissing genomen die nog nooit eerder was gebeurd: het volledige Amerikaanse luchtruim werd gesloten. Alle internationale vluchten die op weg waren naar de Verenigde Staten, moesten onmiddellijk landen. Honderden vliegtuigen werden omgeleid naar Canada in een actie die de naam "Operation Yellow Ribbon" kreeg.
Voor het kleine vliegveld van Gander, waar normaal maar een paar vluchten per dag landden, betekende dit een enorme chaos. In enkele uren tijd moesten ze 38 grote vliegtuigen een plek geven op hun landingsbanen. Aan boord van die vliegtuigen zaten bijna 7000 gestrande passagiers. De bevolking van het stadje was in één klap bijna verdubbeld. De passagiers, die soms wel 24 uur vastzaten in hun vliegtuig, wisten vaak niet eens waar ze waren geland.
Een golf van warmte en gastvrijheid
Wat er daarna gebeurde, is een onvergetelijk verhaal van menselijkheid. De 9000 inwoners van Gander schoten onmiddellijk in actie om de duizenden "vliegtuigmensen", zoals ze werden genoemd, te helpen. Scholen, kerken en gemeenschapscentra werden omgebouwd tot opvangcentra. Zelfs de lokale schoolbuschauffeurs, die op dat moment staakten, stopten hun actie om iedereen te vervoeren.
Omdat de passagiers hun bagage niet mochten meenemen, hadden ze bijna niets bij zich. De inwoners van Gander doneerden kleren en de supermarkten lieten de gestrande reizigers gratis alles meenemen wat ze nodig hadden: van pampers en medicijnen tot tandenborstels. Mensen werden zelfs bij de lokale bewoners thuis uitgenodigd om te douchen, te eten en even op adem te komen.
Tussen de duizenden gestrande mensen ontstonden er bijzondere verhalen. Er was liefde, zoals tussen Nick en Diane die elkaar in Gander ontmoetten en later trouwden. Er was ook verdriet, zoals het verhaal van de ouders van een brandweerman uit New York, die dagenlang in onzekerheid leefden over het lot van hun zoon. Zelfs de 19 dieren in de laadruimtes van de vliegtuigen werden niet vergeten en met veel moeite gered, waaronder twee zeldzame bonobo-apen.
Na vijf dagen mochten de vliegtuigen eindelijk weer vertrekken. De passagiers waren de inwoners van Gander zo dankbaar dat ze hen geld wilden geven, maar niemand wilde iets aannemen. Uit de dankbaarheid ontstond wel een studiefonds voor de jeugd van Gander, dat vandaag de dag al meer dan een miljoen dollar heeft opgehaald. Als blijk van waardering kreeg het stadje een stuk staal van het ingestorte World Trade Center, dat nu deel uitmaakt van een monument. Het verhaal van Gander is een krachtige herinnering dat er zelfs in de donkerste tijden lichtpuntjes van hoop en medeleven te vinden zijn.