254 - Al Capone en de Saint Valentine's Day Massacre
Door Yorrick • 4 mei 2026
Over deze aflevering
In de Roaring Twenties stond de legendarische Al Capone aan de top van de georganisseerde misdaad in Chicago. Maar voor een crimeboss ligt er altijd gevaar op de loer dus zette hij een zeer bloederig geweldadig plan om zijn concurrentie voor eens en voor altijd op te ruimen... en dat op de meest liefdevolle dag van het jaar!
Inhoud
Al Capone en het Valentijnsdag Bloedbad
We reizen terug in de tijd, naar de ‘Roaring Twenties’ in Chicago. Een tijd van jazz, feest en veel geld. Maar achter die blinkende gevel ging een duistere wereld schuil. De drooglegging, het verbod op alcohol, zorgde voor een gigantische zwarte markt. En waar illegaal geld te verdienen valt, is de georganiseerde misdaad nooit ver weg. De onbetwiste koning van die onderwereld was de legendarische maffiabaas Al Capone.
Van straatboef tot publieke vijand
Veel mensen denken dat Al Capone in Italië geboren is, maar hij was een eerste-generatie Amerikaan. Hij groeide op in een arm immigrantengezin in Brooklyn, New York. School was niets voor hem. Na een aanvaring met een leerkracht, werden de straten van New York zijn enige leerschool. In een bar liep hij de littekens op die hem zijn bekende bijnaam “Scarface” bezorgden. Een naam die hij zelf haatte. Zijn vrienden moesten hem “Snorky” noemen, wat in die tijd zoveel betekende als ‘strak in het pak’.
Op uitnodiging van zijn mentor verhuisde Capone naar Chicago. Door de drooglegging kon hij daar een gigantisch imperium uitbouwen met de illegale handel in alcohol. Op zijn 26ste was hij de baas van de stad. Tegenover het publiek en de pers speelde hij de rol van een volksheld, een soort Robin Hood die gaarkeukens opende voor de armen. Maar achter die glimlach zat een meedogenloze moordenaar die er niet voor terugdeinsde om verraders persoonlijk de schedel in te slaan met een baseballknuppel.
Een bloederige Valentijn
Zo’n groot rijk brengt natuurlijk concurrentie met zich mee. Capone zijn grootste rivaal was George “Bugs” Moran, de leider van de Ierse ‘North Side Gang’. Hun bendeoorlog was extreem gewelddadig, met constante vuurgevechten en aanslagen. Toen Capone zelf maar nipt aan de dood ontsnapte, besloot hij dat het tijd was om voor eens en voor altijd met Moran af te rekenen. Hij bedacht een geniaal plan.
Op 14 februari 1929, Valentijnsdag, lokte hij de bende van Moran in een val. Het lokaas? Een zogezegd gestolen lading peperdure whisky voor een spotprijsje. Zeven mannen van Moran wachtten in een garage op de levering. Terwijl dit gebeurde, zat Al Capone zelf honderden kilometers verderop in zijn villa in Florida, wat hem een perfect alibi gaf.
Plots stopte er een auto die leek op een politiewagen. Vier mannen, van wie twee verkleed als agent, stapten uit en gingen de garage binnen. De bendeleden maakten zich geen zorgen. Een politie-inval was in die tijd niet meer dan een kleine tegenslag; met wat smeergeld was je zo weer vrij. Ze lieten zich braaf ontwapenen en tegen de muur zetten. Maar dit waren geen echte agenten. De mannen haalden machinegeweren boven en openden het vuur. In enkele seconden werden de zeven mannen koelbloedig afgemaakt. De daders konden makkelijk ontsnappen door te doen alsof ze twee van de bendeleden arresteerden.
Het doelwit, Bugs Moran, ontsnapte aan het bloedbad. Hij was enkele minuten te laat en toen hij de ‘politiewagen’ zag, besloot hij om te keren. De ‘Saint Valentine’s Day Massacre’ was een schok voor het hele land. De Robin Hood-mythe rond Capone was doorprikt. Hij werd uitgeroepen tot “Public Enemy Number One”. De overheid kon hem niet veroordelen voor de moorden, maar pakte hem uiteindelijk wel op zijn zwakste plek: belastingsontduiking. Hij werd veroordeeld tot 11 jaar cel en opgesloten in de beruchte gevangenis Alcatraz. Daar takelde hij mentaal en fysiek af door een onbehandelde geslachtsziekte en stierf hij in 1947.